Steeds meer sportclubs schakelen de hulp in van een pedagoog of een opvoedhulp, dit meldde het AD afgelopen maandag. Maar wat is de rol van zo’n pedagoog binnen een sportvereniging?

Wanneer verenigingen te maken hebben met vechtende kinderen, schreeuwende ouders of een nare groepssfeer kunnen ze een pedagoog of een opvoedhulp inschakelen. Steeds vaker wordt dit gedaan.

SV Charlois

Een sportclub die gebruik maakt van zo’n sportpedagoog is voetbalvereniging SV Charlois uit Rotterdam. De club is een samenwerkingsverband aangegaan met de Haagse Hogeschool. Dat houdt in dat een pedagoog vanuit de hogeschool twee teams onder zijn hoede neemt en het klimaat rondom het team observeert.

“De methodes die de club hanteert zijn heel erg divers”, vertelt jeugdcoördinator Raymond Schimmel. “Er wordt gepraat met de kinderen, de ouders, de trainers, met iedereen eigenlijk. Tot nu toe is dit erg succesvol geweest en hebben we positieve geluiden gehoord. We hechten veel waarde aan de resultaten die we vanuit de hogeschool hebben ontvangen.”

De Sportpedagoog

Tessa Blom richtte De Sportpedagoog op. De Sportpedagoog is er voor sportverenigingen waar een vervelende sfeer of ongewenste spanning heerst. “Wij zetten een vast persoon bij een vereniging die preventief meekijkt met de trainers, coaches en de spelers zelf. Het is hierbij heel belangrijk dat de dynamiek in een team goed is en dat er plezier is. Dit bekijken we dus als het ware van een afstandje.”

Als dan blijkt dat er een speler is die afwijkend gedrag vertoond en extra aandacht nodig heeft komt de sportpedagoog in actie. “We geven tips en trucs”, legt ze uit. “We doen dit in eerste instantie via de trainers en niet via de spelers, omdat dit op een langere termijn werkt. Door een trainer te coachen bereik je immers meer sporters. Als dit niet werkt, gaan we persoonlijk met hen en hun ouders in gesprek.” Ze geeft aan dat tot nu toe erg goed werkt en dat de verenigingen tevreden zijn.

Verantwoordelijkheid bij clubs

Albert J. Buisman was jarenlang hoofddocent pedagogiek en is gespecialiseerd in sportpedagogiek. Hij positief over pedagogen en opvoedhulpen bij sportverenigingen, maar relativeert hun belang toch enigszins. Volgens hem ligt verantwoordelijkheid voor een fijne sportomgeving en goed gedrag bij de sporters vooral bij de clubs zelf.

“Ik denk dat we geen overspannen verwachtingen moeten hebben van pedagogen bij sportverenigingen”, vertelt hij. “Sportpedagogen kunnen van groot belang zijn als ze de juiste kwalificaties hebben, maar dat is vaak niet het geval. De trainers en pedagogen zijn daarnaast maar een korte tijd bij deze sporters. Te kort om een grote invloed op ze te hebben.”

Het is dus vooral aan de clubs zelf om een goede cultuur te scheppen en de sporters een positieve support te geven. “De clubs moeten zelf ook de hand in eigen boezem steken. Als je kinderen het idee geeft dat ze iets bijleren en het gevoel geeft dat ze gewaardeerd worden, heeft dit een positieve invloed op hun gedrag. Dit milieu moet je als club zelf creëren.”