Het is lente! Alle vogels zijn druk aan het nestelen, leggen en broeden. Maar hoe zorg je er nu voor dat merels en mezen jouw tuin uitkiezen om hun kroost groot te brengen? Marc Scheurkogel van de Vogelbescherming legt uit hoe je jouw tuin dé hotspot voor vogelnestjes maakt.

  • Vogels hebben een rustige, veilige omgeving nodig om te kunnen nestelen. Zorg daarom voor voldoende beschutting. Grote struiken zijn ideale broedplaatsen voor vogels, omdat ze zich daar kunnen verschuilen voor roofdieren, regen en kou. Ook kunnen planten als voedselbron dienen: vogels eten bloemen, knoppen en de insecten die in struiken leven.
  • Kleine vogels broeden graag in nestkastjes. Die kun je in allerlei vormen, maten en kleuren bij de dierenwinkel of het tuincentrum kopen. Let op dat je een nestkastje niet op de zuidzijde van een boom hangt! Dan wordt het daarbinnen namelijk veel te heet als de zon erop schijnt.
  • Houd je kat uit de tuin! Katten vormen een groot gevaar voor vogels. Bovendien veroorzaken ze stress bij broedende vogels; vogels zullen geen nestje in je tuin bouwen als daar regelmatig een kat rondloopt.
  • De vogels die het vaakst in tuinen broeden, zijn de vogels die je vaak in je tuin ziet. Kauwen, duiven en merels bouwen hun nesten in bomen en struiken. Koolmezen en pimpelmeesjes broeden in nestkastjes, huismussen onder dakpannen. Winterkoninkjes maken hun nestjes graag in klimop.
  • Op mijnvogeltuin.nl kun je zien welke vogels het meest in jouw buurt voorkomen. Je kunt daar ook tips krijgen over wat je kunt doen om jouw favoriete vogelsoort naar je tuin te lokken.