De laatste jaren neemt de aandacht voor motorcross steeds meer toe. Net als de Formule 1 en andere motorsporten wordt de sport soms onderschat. “Ik train er zeven keer in de week in de sportschool naast, vaak twee keer per dag”, zegt coureur Brian Bogers (22).

Motorsporten zoals Brians sport worden niet altijd gezien als een echte sport. “Ik spreek wel eens met mensen die zeggen: Ja wat doe je nou eigenlijk? Je zit op een motor en je geeft een beetje gas.” Toch traint hij zeven keer in de week in de sportschool op conditie en uithoudingsvermogen.

De krachttraining zit hem in het rijden van de motor. “Die motor is best zwaar. Als je een half uur erop rijdt heb je wel genoeg krachttraining voor de rest van de week gehad”, lacht hij. De inspanning die hij levert voor de sport is groot. “In een wedstrijdweekend voor de GP in Amerika ben ik in twee dagen tien kilo afgevallen.” Motorcross is dus wel meer dan ‘een beetje gas geven’.

Gelukkig zien veel mensen dat nu ook in. De aandacht voor de sport groeit namelijk enorm:

Tekst loopt door onder de audio

Motorcrossers als Brian worden tegenwoordig niet zo snel vergeten. Toen Brian begon met rijden was er nog niet zoveel interesse in de sport, maar daar dat maakte voor hem niet uit. Op zijn vijfde kreeg hij van zijn vader zijn eerste motor en een half jaar later reed hij zijn eerste wedstrijd. “Het begon allemaal als een hobby.” Inmiddels rijdt hij naast de grote jongens in de MXGP, de hoogste klasse in de motorcross.

Geblesseerd

Hij rijdt sinds vorig jaar voor het Italiaanse/Japanse team HRC. Zijn debuut voor die ploeg verliep niet zo vlekkeloos. “Ik viel en brak mijn voet. Ik werd drie keer geopereerd en lag er tien maanden uit.” Op de vraag of hij vaker geblesseerd is geraakt, moet hij lachen. “Te veel eigenlijk, maar ja, het hoort erbij.”

Dit weekend kan je Brian in actie zien in de GP van Valkenswaard. Wie naar de GP wil gaan kan een hoop spektakel verwachten, vertelt hij. “Er zit een veel snelheid in en er zijn vaak veel valpartijen. Het is ook mooi om te zien dat iemand valt, op staat, doorrijdt en weer helemaal naar voren rijdt.”

Het mooiste aan zijn sport vindt hij dan ook het winnen van een GP. “Het worden beloond voor het harde werken is voor mij het allermooiste.” Voorlopig denkt de Eindhovenaar nog lang niet aan stoppen, de adrenaline die in de sport zit vindt hij fantastisch. “Ik ga sowieso door tot mijn dertigste, want dan is mijn lichaam wel op.”