Sporten is goed voor je lijf, maar kan ook voor blessures zorgen. Dit overkwam de 23-jarige top honkballer Cecil Comenencia. Hij heeft vijf jaar gerevalideerd van zijn elleboogblessure. Erg vervelend, want sporten is zijn leven.

Hoe het gebeurde
“Ik hoorde iets knappen en had direct geen gevoel meer in mijn vingers. Mijn groeischijf was verschoven en die heb ik ter plekke terug gezet”, aldus de topsporter. Het gebeurde tijdens een wedstrijd in 2014. Comenencia had al een kleine elleboogblessure, gooide de bal en brak zijn groeischijf. Hij heeft negen jaar in de top van de honkbal gespeeld waarvan drie jaar in de hoofdklasse. Bij Jong Oranje en één jaar bij Reinhardt University in Amerika.

“Bij honkbal komen elleboog -en schouderblessures het meest voor”, vertelt Pepijn van Ingen. Hij is fysiotherapeut voor onder andere Jong Oranje honkbal en behandelde Cecil Comenencia.  “De tijd om te revalideren verschilt. Cecil kon een jaar lang geen wedstrijden spelen, dat is erg lang.”

Angst
Omdat Comenencia niet kon gooien, kon hij geen wedstrijden spelen. Er ontstond angst: “Ik was bang dat ik nooit meer professioneel kon honkballen, dan zou mijn wereld instorten.” De eerste keer dat hij weer een bal gooide voelde raar. Zo vertelt hij: “Met honkbal heb je controle over de bal, maar ik had al zo lang niet gegooid dat ik geen idee had waar die bal heen zou gaan.” 

Volgens van Ingen komt deze angst vaak voor: “Veel patiënten hebben angst om terug te vallen in hun blessure. Met een goede opbouw minimaliseren we deze kans.” Inmiddels speelt Comenencia in de overgangsklasse honkbal (één niveau onder de hoofdklasse), omdat zijn club is gedegradeerd. Hij is volledig hersteld en hoopt na zijn opleiding weer in het buitenland te gaan spelen.