Als je aan Nederlandse kaas denkt komen al snel steden als Alkmaar, Gouda en Edam in je op. Maar wordt het daar dan ook gemaakt? “Nee, helemaal niet zelfs”, vertelt Johan Schildkamp van de Nederlandse Zuivel Organisatie.

Nederland is hét kaasland bij uitstek. We worden niet voor niks kaaskoppen genoemd. Goudse en Edammer kaas zijn de meest bekende soorten, maar de vraag is of ze daar eigenlijk wel vandaan komen.

Vertekend beeld
Schildkamp geeft het antwoord: “Gouda was tussen 1700 en 1800 de plaats waar kazen vanuit de laagveengebieden in de buurt werden verkocht op een markt. Daar is de naam ontstaan. In Gouda zelf is eigenlijk nooit Goudse kaas geproduceerd.” En datzelfde geldt voor Edammer kaas. “Maar dat was dan de plek in de regio Noord-Holland waarlangs de kaas naar de grote steden werd geleid”, licht hij toe.

Erg gewild
Goudse en Edammer kaas verkopen als een tierelier en dat weten ze over de landsgrenzen ook heel goed, blijkt uit de woorden van Schildkamp. “Als je voldoet aan de productspecificaties zoals vet- en eiwitgehalte, mag je het Goudse kaas of Edammer kaas noemen. Het wordt dan ook over de hele wereld geproduceerd.”

Het is zelfs zo dat ze buiten Nederland meer Goudse kaas maken dan binnen Nederland. Volgens de persvoorlichter van de Nederlandse Zuivel Organisatie komt dat door de populariteit van de kaassoort: “Gouda is overal heel erg gewild.”

Cultuur bewaren
Om toch onze naam als kaaskoppen te behouden, heeft Nederland sinds december 2010 patent gekregen op de kazen Gouda Holland en Edam Holland. “Deze merknamen mag je alleen voeren als je van Nederlandse melk op Nederlandse bodem de kazen produceert en rijpt”, legt Schildkamp uit. “Daar wordt ook op toegezien door de overheden in Europa.” Nederland laat zich dus niet de kaas van het brood eten.

Hoe die zo geroemde Goudse kaas tot stand komt is te zien in onderstaande tool