Een pak melk uitkiezen aan de hand van Beter Leven-sterren. Vanaf deze week kan het. De Dierenbescherming is in samenwerking met Natuur & Milieu en Vogelbescherming Nederland een aantal jaar geleden een zuivelproject gestart. Het is alleen niet voor iedere boer weggelegd.

Één, twee of drie Beter Leven-sterren konden boeren al verdienen voor hun varkens, kippen, koeien en eieren. Nu komt daar ook zuivel bij. Dik Nagtegaal, woordvoerder van de Dierenbescherming, zegt dat het bij zuivel een stuk ingewikkelder is om een keurmerk te ontwikkelen. “In de zuivelveehouderij is er geen duidelijke regelgeving. Dat maakt het extra ingewikkeld om algemene voorwaarden op te stellen.” Het heeft volgens hem daarom een aantal jaar geduurd voordat alles rond was.

Aan het nieuwe concept doen zes boeren mee. “Je moet tenslotte ergens beginnen”, zegt Nagtegaal. “Het is nog de vraag hoe het gaat ontwikkelen. Deze boeren waren bereid om hun nek uit te steken.” Het is volgens Nagtegaal belangrijk dat het een succes wordt in de winkel. “We hopen dat mensen op deze manier een steentje bij willen dragen aan de koe en het landschap.” Zuivelproducten met het keurmerk zijn voorlopig bij een enkele supermarkt verkrijgbaar.

De ster verdienen

Om een Beter Leven ster te verdienen moet een boer het een en ander aanpassen aan zijn boerderij. Hierbij is gedacht aan het verduurzamen en het ‘koevriendelijker’ maken van de melkveehouderij.
Tekst gaat door onder tool

Loading...

Loading…

Te duur

Piet Klompers en Katelijne Kropman uit Spoordonk hebben 170 melkkoeien waar ze dagelijks voor zorgen. Kropman legt uit dat het voor hun boerderij niet haalbaar is om te voldoen aan de eisen van Beter Leven. “Het is een goed initiatief vanuit de Dierenbescherming, want er moet ook iets veranderen. Het is alleen niet voor iedere boer weggelegd”, zegt Kropman. De melkveehouderij van de familie Klompers-Kropman ligt tussen de drukke steden Eindhoven, Tilburg en ’S-Hertogenbosch. “Het land wat we hebben is klein en duur. Hierdoor zijn onze productiekosten hoger dan die van boeren uit Groningen.”

Terwijl we langs de kalfjes lopen vertelt Kropman dat het allemaal een stuk ingewikkelder is dan je denkt. Daarom zijn zij op hun eigen manier duurzaam bezig binnen de melkveehouderij. “Onze kalveren krijgen onze eigen melk te drinken. We importeren geen sojaproducten vanuit Brazilië. Daarnaast hebben we bijvoorbeeld een warmteterugwinning systeem en hebben we geïnvesteerd in een grote zonneboiler.” Met het warmteterugwinning systeem wordt de warmte van het melk gebruikt voor andere zaken.

Een financiële buffer

Kropman geeft toe dat het aantrekkelijk is dat er tien cent meer wordt gevraagd voor melk. “Van de extra opbrengsten blijft het meeste hangen bij de tussenpersoon. Als we een paar cent meer verdienen per liter op jaarbasis, dan kun je daar best wat voor aanpassen in je bedrijf. Je hebt hiervoor wel een financiële buffer nodig, omdat je er niet gelijk geld aan kunt verdienen.” Volgens Nagtegaal zal een belangrijk deel van de extra opbrengst naar de boer gaan. “Zo kan hij zijn investering op lange termijn terugverdienen.” Eerst zal moeten blijken of het concept aan gaat slaan bij de consument.