Alles in Nederland achterlaten omdat je in het buitenland meer kansen krijgt in de topsport. Net zoals Xander Bogearts deed, de meest succesvolle Nederlandse honkballer in Amerika. Cecil Commencia (23) en Maartje Otten (22) sprongen ook in het diepen en vertrokken voor de sport naar het buitenland.

Welke sport beoefen je?
Cecil: “ Ik speel honkbal bij UVV Utrecht. Mijn positie is het outfield.”

Maartje: “ Ik beoefen kanoslalom, dat is kanoën maar dan door poortjes. Dat kanoën doe je op wild water, maar omdat we dat in Nederland niet veel hebben studeer ik in Engeland.”

Hoe ben je in het buitenland terecht gekomen?

Maartje: “ Op de middelbare school in Eindhoven zat ik in een speciale sportklas. Dit omdat ik trainde met het Nederlands team. Hierdoor was ik veel aan het reizen omdat het water hier niet ruig genoeg is. We gingen naar steden zoals Praag om te trainen. Ik was dan een week of twee weg. Toen ik mijn studiekeuze moest gaan maken wist ik dat ik naar een Europees land moest om mijn sport op hoog niveau te blijven uitvoeren. Ik ging op zoek naar plekken om te studeren en kwam al snel terecht in Nottingham. De wildwaterbaan en universiteit liggen vlakbij elkaar.”

Cecil: “Ik wilde al langer naar Amerika en was daar al twee keer geweest voor een toernooi. Dat is voor een dag of tien. Toen ik terug in Nederland was ben ik blijven spelen. Tijdens een toernooi bij Robur (“honkbalvereniging in Apeldoorn red.”) was er een Amerikaans team. De coach daarvan zag me spelen en vroeg me naderhand of ik het team op de universiteit wilde vertegenwoordigen. Tussen de vraag en het daadwerkelijk gaan heeft nog wel een jaartje gezeten. Maar het antwoord was meteen ja.”

Cecil Commencia
Rechts: Cecil.

Reageerden je familie en vrienden meteen positief?
Cecil: “Ja, ze wisten al dat ik wilde gaan. Natuurlijk heb ik wel overlegd, maar mijn ouders, opa en oma zeiden meteen: ‘Zo’n kans krijg je maar een keer. Dus je gaat gewoon.’ Ik had het weinig vrienden en teamgenoten hier verteld. Degene die het wisten vonden het allemaal heel leuk.”

Maartje: “ Mijn moeder reageerde als eerste bezorgd, maar daarna kreeg ik meteen volledige support van iedereen.”

Hoe voelt het om zo’n lange tijd en zo ver van huis te zijn?

Cecil: “In het begin is het lastig. Je bent alleen in een nieuwe omgeving dus je mist je familie wel. In het begin belde ik veel met mam, ondanks het tijdsverschil. Omdat ik maar een halfjaar weg was, miste ik geen belangrijke feestdagen. Ook is je kamer klein en je hebt geen tv dan ben je snel aangewezen op elkaars gezelschap. Ook met teamgenoten raak je bevriend. Tijdens wedstrijden, als je trainingen wat minder goed gaat of je verliest een wedstrijd, heb je veel steun aan elkaar. Dat alles maakt wel dat je je eigen familie, hoe gek dat ook klinkt, bijna niet mist.”

Maartje: “ Na de middelbare school vallen veel vriendengroepen uit elkaar. Sowieso was het bij mijn opleiding vrij individueel, dus toen ik in Engeland ging studeren, maakte ik snel nieuwe vrienden. Verder zit ik niet superver van huis en zijn de vakanties hier best lang. Ik ben nu ook weer even in Nederland en de kerstvakantie loopt gelijk. En ach, de technologie is zo goed dat ik thuis heel makkelijk kan bereiken via de telefoon of internet.”