De laatste jaren is er vaak kritiek gekomen op de paasvuren. Door de droogte zijn vele afgelast en bij de ontbranding komt veel fijnstof vrij. Maar de bouwers van het paasvuur in Espelo hebben voor hetere vuren gestaan.

Midden in het weiland zit Arjan Stevens op de picknicktafel.  Voor hem ligt een gigantische stapel snoeihout.  Afgelopen weken is er met  veertig jongens iedere avond aan de stapel gebouwd.  Inmiddels is de berg  veertien meter hoog en dat blijkt nu te hoog om het vuur te mogen ontbranden. Door de aanhoudende droogte zijn de paasvuren  gevaarlijk geworden.  Achter Arjan ligt een nieuw stapeltje hout. Met heel wat minder enthousiasme beginnen de jongens opnieuw.

De vreugdevuren zijn afgelopen jaar voor het eerst onderzocht door het RIVM.  De organisatie ‘houtrookvrij’ had hier op aangedrongen. Coen Berends, persvoorlichter bij het RIVM: “ Op jaarbasis zorgen alle vreugdevuren voor één procent van de fijnstof.” e commotie rondom de vuren is Arjan niet onopgemerkt gebleven.  “Het is ieder jaar wel wat.  De fijnstof, de droogte of het dierenleed.  Eerder kreeg ik hier nooit vragen over, inmiddels zit er achter ieder interview een negatieve lading”, zo vertelt Arjan.

Op het door zon overgoten weiland rijden leveranciers af en aan. In een witte tent worden versieringen gemaakt en in de avond komen de jongens om de bouw van het nieuwe paasvuur op te pakken. Er wordt geschat dat er zo’n drieduizend mensen op het vuur afkomen.  Arjan: “ De traditie bestaat al zo’n zestig jaar.  Je groeit er mee op.  Je leert nieuwe vrienden en in de omliggende dorpen heeft iedereen het erover.”

Arjan denkt niet dat de paasvuren snel verdwijnen. “Er komt steeds meer maatschappelijke druk rondom alle tradities. Ik ben de laatste die zegt dat tradities niet mogen wijzigen . Misschien wordt er een andere vorm bedacht om de traditie van de paasvuren te behouden”, aldus Arjan.  Hij zucht: “ Hopelijk gaat het nog regenen en mag het grote vuur alsnog in de fik.”