De agrarische sector zit al tijden in een neerwaartse spiraal. Waar vroeger boeren de dienst uitmaakten, is de hoeveelheid landbouwbedrijven inmiddels naar een dieptepunt gezakt. Het aantal megastallen in Nederland is daarentegen in zeven jaar tijd met maar liefst 76 procent gestegen.

Dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier ligt hier behoorlijk wakker van. Zij wijst op de risico’s voor dierenwelzijn, epidemieën en stalbranden, en vraagt om een verbod op de bouw van nog meer megastallen. Maar zijn ze eigenlijk wel zo slecht? Daar vertelt veearts Kees Scheepens over.

Non-discussie

Jeannette van de Ven is portefeuillehouder ‘Gezonde Dieren’ van LTO Nederland, de organisatie die de belangen behartigt van agrarische ondernemers. Zij deelt dezelfde mening als de twee heren: “De Universiteit van Wageningen heeft cijfers gepubliceerd over megastallen, dat is de norm klaar. Maar dat zegt niks over hoe de dieren het hebben.” Volgens haar is nu het getal de maat: “7499 is goed en 7501 fout, dat is natuurlijk een non-discussie. Er wordt teveel gefocust op kwantiteit in plaats van kwaliteit.”

De term megastal wordt in de media veel gebruikt en brengt volgens Van de Ven een negatieve lading met zich mee. Maar wat wordt nu eigenlijk verstaan onder een megastal? De Universiteit van Wageningen publiceerde cijfers, in opdracht van Wakker Dier.

De portefeuillehouder beweert zelfs dat megastallen in de meeste gevallen juist veiliger zijn. “Dat zijn vaak de modernere stallen die volgens de nieuwste normen zijn ingericht.” Ze vergelijkt het met het verleden. “Een generatie geleden groeide je op met koeien die allemaal vast stonden op 1 vierkante meter. Daar stonden, lagen, poepten, piesten en aten ze. Er is dus al behoorlijk wat veranderd op het gebied van dierenwelzijn. En dat is alleen maar positief.”

Diervriendelijk

Een landbouwvorm waar veel aandacht wordt besteedt aan het welzijn van dieren is de biologische landbouw. Deze manier van veeteelt zit ook in de lift omdat mensen steeds bewuster kiezen voor diervriendelijk gemaakte producten. Bio-boerderijen gebruiken namelijk geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Daarnaast krijgen dieren meer ruimte, waardoor ze hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen.

Biologisch melkveebedrijf Maasland voldoet aan deze eisen. Eigenaar Dick Dankers heeft een bedrijf met 140 melkkoeien en ongeveer 100 jongvee. Deze kunnen dartelen over een stuk grond van 150 hectare.

Video bioboeren 2019 from De Nieuwsredactie on Vimeo.

Zoals klassieke boer Dick al noemde, het gaat slecht met de boerderijen in Nederland. Jeannette van de Ven geeft een verklaring: “Je ziet dat in de laatste dertig, veertig jaar de prijs van voedsel niet is gestegen.” Ze legt het probleem deels bij ons, de consument. “Nederlanders geven relatief heel weinig van hun inkomen uit aan eten vergeleken met omringende landen.”

Kiloknaller

Dit terwijl het algemene gedachtegoed is dat we steeds meer eisen stellen aan dierenwelzijn, maar het tegenovergestelde blijkt. “Je ziet in het aankoopgedrag dat consumenten toch vaak voor de kiloknaller gaan”, vertelt Van de Ven. Daarnaast onderhandelen supermarkten op het scherpst van de snede met de boeren. “Zij proberen de prijs zo laag mogelijk te houden. “Iemand moet de rekening betalen en dat is in de meeste gevallen de producent, de boer dus.”

Oplossingen

Hierdoor bedenken landbouwbedrijven een aantal oplossingen. Ze specialiseren zich in een bijzonder product (beter leven keurmerk, lokaal concept) of ze doen er iets bij, bijvoorbeeld een zorgboerderij of minicamping. Anderen gaan weer in de schaalvergroting, maar vooral het middensegment heeft moeite om hun hoofd boven water te houden. “Zij moeten flink investeren om te blijven boeren. Als die verbreding niks voor hun is, kunnen ze niet bijblijven.”

Deze trend zal zich in de toekomst ook doorzetten, verwacht Van de Ven. “Er komt een splitsing, en dan met name in Brabant. Veehouderijen moeten versneld voldoen aan de reductie van ammoniak. Daardoor gaan kleine bedrijven failliet en houdt de schaalvergroting aan.”

By the way next problem

Ze vindt dat boeren te snel worden afgerekend op één ding, en neemt de pluimveehouderij als voorbeeld: “De consument wil meer scharrelei. Dat hebben de kippenboeren vervolgens goed opgepakt, want alle kooien zijn verdwenen.” Ze vervolgt: “Maar het blijkt dat daardoor de uitstoot van fijnstof dertien keer zo groot is geworden. Oh zegt de overheid: ‘by the way next problem’. Dan hebben pluimveehouders net een investering achter de rug, en krijgen ze weer te horen dat ze zich aan moeten passen. Dat maakt het heel lastig voor boeren.”