Steeds minder jongeren geloven in een god. Wetenschappers kunnen moeilijk verklaren waarom het aantal gelovige jongeren daalt. Spiritualiteit en filosofie winnen daarentegen aan populariteit. Jongeren die wel geloven, vormen allerlei groepen – waaronder studentenverenigingen.

Sinds de jaren ’60 speelt het christelijke geloof een steeds kleinere rol in de Nederlandse samenleving. Ook jongeren geloven steeds minder. In 2015 waren zes op de tien jongeren niet gelovig. “Er groeit een generatie op die niets met het geloof heeft”, zegt godsdienstsocioloog Taede Smedes. “Ook scholen die oorspronkelijk religieus waren, doen nog weinig met geloof. Jongeren krijgen er niks van mee.”

Negatieve berichten en vooroordelen
Volgens Smedes dragen media bij aan de desinteresse van jongeren in het geloof. In zijn ogen berichten de media erg negatief over religie. Hij meent dat journalisten nauwelijks benul hebben van wat religie is en veel vooroordelen hebben. “Deze vooroordelen worden bevestigd door schandalen, zoals het misbruik in de katholieke Kerk. Als je veel op het internet zit, krijg je dat allemaal mee”, zegt hij.

De daling van het aantal gelovigen is een recente ontwikkeling. Tot de jaren ’60 was het overgrote deel van Nederland christelijk. Daarna begon de ontkerkelijking. “In die tijd bevrijdden mensen zich uit allerlei traditionele kaders”, weet Smedes. “Religie is zo’n kader en werd massaal achtergelaten. De kerken hebben niet goed ingespeeld op deze ontwikkeling. In plaats van mee te bewegen, bleven ze vasthouden aan tradities.”

Loading...

Loading…

Stefan Paas, Theoloog des Vaderlands, wil het beeld van de daling nuanceren. “De daling doet zich voor onder jongeren die überhaupt geen band meer hebben met het geloof”, zegt hij. “De groep jonge gelovigen die regelmatig naar de kerk gaan is stabiel. Godsdienst wordt in Nederland kleiner, maar degenen die godsdienstig zijn, vormen een actieve kern.”

Existentiële crisis
Wat je gelooft, draagt bij aan wie je bent. Als je niet gelooft, moet je je identiteit op een andere manier bepalen. “Je identiteit ontleen je in de eerste plaats aan je familie en vrienden”, zegt Smedes. “Als deze niet gelovig zijn, krijgen jonge mensen daar niets van mee, waardoor heel die levensbeschouwing niet meer aan de orde is.”

“Dat heeft tot gevolg dat jongeren te maken zullen krijgen met een existentiële leegte”, voorspelt Smedes. “Dat zie je ook bij de dertigers van nu. Deze hebben een enorme behoefte aan zingeving. Ze hebben een baan, een huis, een gezin en dan komt de vraag: is dit nou alles?”

Smedes denkt dat veel jongeren de antwoorden op hun levensvragen in de filosofie gaan zoeken. “Steeds meer middelbare scholen bieden filosofie als examenvak aan. Wanneer je in aanraking komt met je eigen sterfelijkheid, komen de levensbeschouwelijke vragen op. De antwoorden van de georganiseerde religies voldoen voor veel mensen niet meer. Die van de filosofie vaak wel.”

Veel jongeren zoeken de zin van hun leven buiten het geloof. De Nieuwsredactie praat hierover met Casper en Hidde. Casper ‘gelooft’ in energie en dat we ‘mest worden’. Hidde gelooft nergens in; hij is een atheïst. Hij heeft meer vertrouwen in de theorie van Einstein.

Grote onzekerheid
Ondanks de dalingen zijn er ook jongeren die overtuigd zijn van hun geloof en regelmatig naar de kerk gaan. “Deze zijn tamelijk fanatiek”, beschrijft Smedes. Hij vermoedt dat hun fanatisme een grote onzekerheid verbergt. “Ze twijfelen of wat ze geloven wel waar is”, zegt hij. “In hun omgeving zien ze natuurlijk een hoop ongeloof. Dat zet hen aan het denken: klopt mijn geloof wel? Daardoor moeten ze zichzelf er eigenlijk van overtuigen dat hun geloof klopt.”

“Sommige jongeren zeggen God op een bepaald moment in hun leven gevoeld te hebben. Daardoor zijn ze heel sterk overtuigd van hun geloof”, zegt Smedes. “Ik heb het idee dat dit belevingscomponent belangrijker is dan een traditioneel-christelijke opvoeding.”

Theoloog Stefan Paas noemt de gelovige jongeren niet ‘fanatiek’, maar ‘actief’. “Die jongeren zijn gewend dat ze een minderheid vormen. Ze zijn actief betrokken bij de kerk. Ze hebben door dat in je eentje geloven niet makkelijk is en zoeken elkaar op. Zij zien de kerk niet zozeer als een instituut. Voor hen is het een gemeenschap.”

Bijbel en bier
Een voorbeeld van zo’n gemeenschap is de christelijke studentenvereniging Navigators Tilburg. Onder hun motto ‘Bijbel en bier’ combineren ze het geloof met het studentenleven. Volgens secretaris Anne van Bellen is gelovig zijn geen vereiste om lid te kunnen worden.

Navigators Tilburg is een interkerkelijke vereniging: er zitten leden van verschillende christelijke stromingen bij. De leden hebben uiteenlopende wereldbeelden, maar over bepaalde zaken is de vereniging het eens. “Bij Navigators Tilburg geloven we in een God van acceptatie en liefde”, zegt Van Bellen. “De vereniging heeft geen uitgesproken mening over dingen als homoseksualiteit. We zeggen niet: jij bent homo, dus je mag geen lid worden.”