Dertig jaar lang hielden de Troubles Noord-Ierland in hun greep. Het conflict tussen Iers- en Britsgezinden heeft talloze sporen nagelaten. Raymond Lloyd, geschiedenisdeskundige verbonden aan het Ulster Museum in Belfast, vertelt over de burgeroorlog en legt uit hoe het leven in Belfast er tijdens de Troubles uitzag.

“De ene helft van de Noord-Ieren is katholiek, de andere helft protestants”, zegt Lloyd. “Maar in de twintigste eeuw werden de katholieken gediscrimineerd. Ze hadden minder kans op een huis en een goede baan. De Civil Rights Movement probeerde daar in de jaren ’60 verandering in te brengen.”

Dat viel bij de protestanten niet in goede aarde. “Protestanten drongen binnen in katholieke wijken en stichtten branden om de katholieken te verjagen”, vertelt Lloyd. “Het Ierse Republikeinse Leger, beter bekend als de IRA, begon mensen te rekruteren. Het was 1969: de Troubles waren begonnen.”

“De IRA hield een bus aan en schoot alle protestantse inzittenden dood”

Bloody Sunday
De IRA en de Ulster Defense Association, de protestantse tegenvoeter van de IRA, voerden gruweldaden uit. “Op Bloody Friday liet de IRA twintig bommen afgaan in Belfast”, zegt Lloyd. “Een andere keer hielden ze een bus aan en schoten ze alle protestantse inzittenden dood.”

Het bekendste moment uit de Troubles is waarschijnlijk Bloody Sunday. Dertien betogers werden door Britse soldaten doodgeschoten. “De Britten beweerden door die betogers beschoten te worden, maar dat is nooit bewezen”, aldus Lloyd. “Tegenwoordig lopen er enkele rechtszaken die de nabestaanden van die mannen hebben aangespannen tegen de regering: volgens hen waren de dertien onschuldig en waren ze enkel op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats.

Hongerstaking
In de jaren ’70 begon de IRA met hongerstakingen. Destijds zaten veel IRA-leden vast in gevangenis the Maze, ook bekend als de H-Blocks. De strijders protesteerden regelmatig tegen de manier waarop ze behandeld werden door zichzelf niet te wassen, enkel dekens als kleding te dragen en zelfs de muren van hun cel met poep te besmeuren.

Toen de regering de IRA-gevangenen in 1981 niet langer als krijgsgevangenen maar als gewone criminelen beschouwde, gingen ze in hongerstaking. “Hun staking was een soort estafette”, legt Lloyd uit. “Eén man begon, na twee weken begon de tweede, twee weken later begon er weer een, enzovoorts. Bobby Sands was de eerste die in hongerstaking ging.”

“Ik werkte vroeger als gids in the Maze”, zegt Lloyd. “Ik liet mensen de cel zien waarin Bobby Sands gestorven is. Vlak voordat een van de stakers stierf, kreeg zijn familie toestemming om hem te bezoeken. Toen ik eens in die cel stond, besefte ik: Bobby Sands stierf omringd door zijn huilende familie. De staker naast hem hoorde dat. Er moesten vreselijke dingen in zijn hoofd omgaan, om te horen dat zijn voorganger gestorven was en dat hij dan toch doorging.” Na tien doden gaf de IRA de staking op.

Zelfmoord
“Tijdens de Troubles pleegden veel politieagenten en cipiers zelfmoord”, vervolgt hij. “Ze gingen gebukt onder enorme druk. Ik heb wel eens gesproken met enkele mannen die cipier waren geweest in de H-Blocks. Zij vertelden me dat ze soms van gevangenen te horen kregen: ‘Ik heb gehoord dat je kinderen gisterenavond bij de scouting waren.’ De IRA kon alles van je te weten komen, zelfs waar je kinderen waren. Sommige cipiers gingen maandenlang niet naar huis: zodra hun dienst voorbij was, begonnen ze te drinken.”

“Muziek bracht mensen samen”

Schuilnamen
Raymond Lloyd was achttien toen de Troubles begonnen. “Ik woonde in een voornamelijk protestants gebied”, herinnert hij zich. “Ik had in die tijd ook veel katholieke vrienden. Als ik in hun wijken kwam, veranderde ik mijn naam in Kevin of Liam en als mijn vrienden in protestantse gebieden kwamen, noemden ze zichzelf Billy of Robert. We gebruikten typisch Ierse of Britse namen als schuilnamen.”

De kloof tussen katholieken en protestanten was niet altijd en niet overal onoverbrugbaar. “Ik ging vroeger naar een bar genaamd The Pound, een bar voor rockmuziek”, vertelt Lloyd. “Daar kwamen protestanten én katholieken en er waren nooit problemen. Muziek bracht mensen samen.”

Terugkeer
Het Goede Vrijdagakkoord maakte in 1998 een einde aan de Troubles. In dat akkoord staat dat de Noord-Ieren het recht hebben om in een referendum te bepalen of Noord-Ierland bij het Verenigd Koninkrijk of bij de Ierse republiek moet horen. Op dit moment maken de katholieken en de protestanten beide ongeveer 45% van de bevolking uit.

Zodra één van die twee groepen een meerderheid heeft, zullen ze een referendum aanvragen”, voorspelt Lloyd. “Ik ben bang dat de Troubles dan weer zullen terugkeren.”