In 1939 werd het bloed van de Napolitaanse beschermheer San Gennaro, in Nederland bekend als Sint Januarius, zoals ieder jaar weer uit de kathedraal van Napels gehaald. Vol spanning wachtten de aanwezigen af of het verharde bloed weer tot vloeistof zou verworden. Dat gebeurde niet. Ook in 1940 stroomde er geen bloed door het flesje. In dat jaar begon voor Italië de Tweede Wereldoorlog, die voor het land dramatisch zou eindigen. Toeval? Voor veel gelovigen Napolitanen niet.

San Gennaro is de beschermheilige van Napels en diens vulkanen. Hij zou in 305 zijn gestorven tijdens de christenvervolgingen van Romeinse keizer Diocletianus. Er worden veel wonderen toegeschreven aan de heilige, die nog altijd belangrijk is voor de stad Napels. Geen wonder spreekt echter zo tot de verbeelding als het ‘vloeibaar worden’ van het bewaarde bloed van San Gennaro.

Eens per jaar wordt een ‘ampul’, een fles, door de aartsbisschop tevoorschijn gehaald. Daarin zit het volgens de legende het gestolde bloed van San Gennaro. Wanneer het bloed tijdens het ritueel ten toon wordt gesteld in de kathedraal, begint het bloed weer te vloeien. Dat is in ieder geval de bedoeling. Soms duurt het echter uren of zelfs dagen voordat de substantie door de ampul stroomt. En soms gebeurt het helemaal niet. Dat laatste is voor veel gelovige Napolitanen slecht nieuws; dat is de voorbode voor een ramp. Zo ‘voorspelde’ het mislukken van het ritueel in 1973 een Napolitaanse cholera-uitbraak, en wordt het ook aangehaald als voorbode voor de zware aardbeving die het gebied in 1980 zou teisteren.

De laatste keer dat het misging was in 2016. Vooral op het internet wordt druk gespeculeerd over de eventuele gevolgen van deze mislukking. Er treden de afgelopen jaren veranderingen op in de bodem van de Campi Flegrei-vulkaan, en dus heerst de angst dat het hard gebleven bloed wel eens een teken kan zijn dat de vulkaan binnenkort gaat uitbarsten.

Buiten Napels speelt het ritueel niet zo’n belangrijke rol; het Vaticaan hecht geen bijzondere waarde aan het bloed van de beschermheilige. Wetenschappers hebben zich al regelmatig gebogen over het wonder. Zo zijn er theorieën dat de ampul een speciale stof bevat die het bloed weer vloeibaar maakt als het beweegt. Waterdicht bewijs voor hoe het mirakel zich ontvouwt is er echter niet, en de Kerk zelf zoekt daar ook niet naar.

Mocht er dan een vulkaan uitbarsten in de nasleep van het mislukte ritueel, kunnen de Napolitanen toch nog hopen op bijval van hun beschermheer. Toen de Vesuvius in 1631 uitbarstte zou de lavastroom gestopt zijn, net voordat deze het centrum van Napels bereikte. De stroom remde volgens het verhaal pas af nadat een standbeeld van San Gennaro naar de vulkaan werd gebracht. Helaas waren er toen wel al 3000 mensen overleden.

Het bloedritueel geeft aan hoe belangrijk San Gennaro nog altijd voor de stad Napels is, of het nu een wonder of totale fictie is. Om af te sluiten met een quote die vaak wordt toegeschreven aan Thomas van Aquino: “Hij die gelooft heeft geen verklaring nodig, voor hij die niet gelooft is er geen verklaring mogelijk.”