Vandaag werd bekend dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) 285 miljoen extra beschikbaar gaat stellen voor het basisonderwijs. Dit gebeurt echter alleen onder één voorwaarde; namelijk dat de vakbonden en de werkgevers een akkoord bereiken over waar dat geld heen gaat. Anders verdwijnt het in de reserves. Komt er dan eindelijk een oplossing voor het probleem dat al jaren speelt?

Geen extraatje

PO in Actie, de organisatie van vrijwilligers die opkomt voor leraren, is niet te spreken over de maatregel van het Ministerie van OCW. Ze zeggen dat die 285 miljoen geen extra geld is zoals het kabinet suggereert, maar ‘algemene loonruimte’. Dit houdt in dat het een standaard stijging van lonen voor ambtenaren van drie procent is en dus geen extraatje. Volgens de site van de AOB (Algemene Onderwijsbond) “lijkt het door te focussen op het basis- en speciaal onderwijs of er extra wordt gewerkt aan het lerarentekort”, maar is dit “volstrekt onjuist”. Ook PO in Actie neemt afstand van de maatregel via Twitter, en doet dat met nogal felle en duidelijke bewoordingen. Zo tweetten ze vanmorgen onder anderen: “Graag zien wij morgen in het AD en De Telegraaf de volgende kop: ‘Grote dagbladen trappen met open ogen in Machiavellistische streek minister Slob.’” en: “Het is duidelijk. Arie Slob en het Ministerie van OCW doen er alles aan om niets extra te investeren en Nederland te laten geloven dat leerkrachten rupsjes Nooitgenoeg zijn.”

Asscher komt in actie

PVDA-lijsttrekker Lodewijk Asscher tweette al een lijst met vragen die hij aan Slob gaat stellen in de Kamer. Opvallend is dat andere lijsttrekkers zoals Geert Wilders en Jesse Klaver nog niets hebben getweet over dit onderwerp. Zeker omdat het volgens PO in Actie een ‘slimme zet’ is van het kabinet om zulke cijfers naar buiten te brengen, zo vlak voor Prinsjesdag. De woordvoerder van het Ministerie was helaas niet bereikbaar voor commentaar, maar volgens het persbericht op de officiële site van het Ministerie is het geld bedoeld om bijvoorbeeld de salarissen te verhogen of meer leraren aan te nemen en zo de werkdruk te verlichten.

Geen andere oplossing dan geld?

In 2018 en 2019 kregen leraren in het basisonderwijs gemiddeld al 9,5 procent salarisverhoging en volgens het Ministerie zijn de positieve effecten daarvan al zichtbaar. Dit onderschrijft Danny van de Goor, woordvoerder van PO in Actie deels. Hij zegt: “Ik merk wel positieve effecten op de werkvloer, ik heb inmiddels gehoord dat het aantal zij-instromers flink is verhoogd en dat er meer PABO-studenten bij komen. Het probleem is alleen dat die pas over vier jaar mogelijk in het werkveld komen.” Van de Goor is benieuwd naar de cijfers van Prinsjesdag, volgende week dinsdag. Hij wil graag weten of de financiële situatie van de leraren dan eindelijk verbetert. Het doel van PO in Actie is volgens hem duidelijk: “Dat is al sinds het begin hetzelfde, namelijk een financiële injectie om werkdruk te verlichten en een hoger salaris”. De woordvoerder vindt het oneerlijk dat leraren op het middelbaar onderwijs meer verdienen, omdat ze volgens hem hetzelfde opleidingsniveau hebben en dezelfde sociale vaardigheden moeten beheersen. Van de Goor is verder mild tegenover minister Slob. Hij zegt dat ‘de minister wel bereidwillig is maar gebonden is aan een regeerakkoord’. Op de vraag welke oplossingen hij ziet als de onderhandelingen opnieuw vastlopen en er nog steeds niet het gewenste bedrag beschikbaar komt, zegt hij: “Om oplossingen zoals lessen via internet en lesweken van 4 dagen kan ik alleen maar heel hard lachen, die dingen kunnen er bij mij niet in. Wie zorgt voor orde in de klas en de nodige mentale steun voor leerlingen als er geen leerkracht voor de klas staat?”