Het aantal mbo-studenten dat na het halen van het diploma doorstroomt naar het hoger beroepsonderwijs blijft dalen. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderwijsverslag van het ministerie van Onderwijs. Overheidsinstanties discussiëren over een oplossing, maar is het echter wel zo’n groot probleem dat mbo’ers liever meteen een baantje zoeken na hun diploma?

Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, laat weten dat er nog geen duidelijke oorzaak te noemen is voor de daling van het aantal mbo’ers dat doorstroomt. Het kan onder andere te maken hebben met het aanbod op de arbeidsmarkt of het nieuwe leenstelsel.  

Volgens woordvoerder Mieke Ripken van het Midden- en Kleinbedrijf is het afnemende aantal mbo’ers helemaal geen probleem: ,,Ze zijn de vakmensen van de toekomst. Niet iedereen heeft het in zich om praktisch te werk te gaan en sommigen zijn nu eenmaal beter met hun handen dan anderen”, licht Ripken toe.

Dat het anno 2019 nog weleens kan gebeuren dat ouders naar de rechter stappen wanneer hun kind niet het schooladvies krijgt van hun verwachtingen, baadt haar ook grote zorgen. ,,We leven in een tijd dat het allemaal hoger moet”, gaat Ripken verder. ,,Mensen vinden het mbo ‘laagopgeleid’ en niet meer goed genoeg. Het belang van mbo-studenten wordt onderschat en ook het imago heeft verbetering nodig.”

Arbeidsmarkt

Dat de arbeidsmarkt juist opzoek is naar mbo’ers (vooral binnen sectoren als techniek en zorg), neemt niet weg dat de overheid alsnog rond de tafel zit om de afgenomen doorstroming te verhelpen. Zo is het afschaffen van het leenstelsel één van de argumenten die een aantal partijen in de Tweede Kamer aandraagt.

Voor mbo’ers die ervoor kiezen niet verder te studeren, is het volgens Ripken ook niet te laat: ,,Jongeren kunnen zich altijd nog door ontwikkelen. Het is niet meer van deze tijd om terecht te komen in de branche waarvoor je ook hebt gestudeerd. Later kan er altijd nog de keuze worden gemaakt om wat bij te scholen”, aldus Ripken.