Vaak hebben topsporters geen studie of diploma op zak omdat ze van jongs af aan al volledig gefocust zijn op een sport. Uit een onderzoek van de Nederlandse sportorganisatie NOC*NSF blijkt dat maar liefst 55 procent van de sporters zich zorgen maakt over wat zij moeten doen na hun sportcarrière.

De overgang van topsport naar een beroep in de maatschappij is lastig. Wie stopt, raakt deels zijn identiteit als topsporter kwijt. De structuur en de vertrouwde omgeving verdwijnen. Sporters belanden als het ware in een zwart gat. Een bekend voorbeeld hiervan is voormalig wielrenner Michael Boogerd na het beëindigen van zijn wielercarrière. Ook oud-schaatser Stefan Groothuis en oud-bobsleeër Jeroen Piek kwamen in een zwart gat terecht en raakten depressief.

75% van de topsporters is het eens dat het carrièreperspectief van topsporters na hun actieve topsportloopbaan een belangrijk knelpunt is in Nederland (NOC*NSF).

Identiteitscrisis
Sylvia Karres is voormalig hockeyspeelster en was spits van het Nederlands elftal van 2003 tot 2006. In de tijd dat ze speelde, wist ze heel goed wie ze was. Dat veranderde toen ze haar carrière beëindigde en het maatschappelijke leven instapte. ‘’Als ik die hockeystick niet meer in mijn handen heb, wie ben ik dan eigenlijk?’’, vroeg ze zich af. ‘’Wat voor persoon ben ik en wat kan ik eigenlijk bijdragen aan deze maatschappij?’’.

Prestatiedruk
Slechts 14 procent van de topsporters geeft aan dat er goede begeleiding is voor oud-topsporters in Nederland (NOC*NSF). Een groot gedeelte sporters vindt dat dus niet. Karres ervoer deze belemmering zelf ook en richtte daarom samen met mede oud-hockeyspeelster Arlette van der Meulen-van Cleeff de organisatie ‘De Sportmaatschappij’ op.

De Sportmaatschappij begeleidt topsporters naar persoonlijk en maatschappelijk succes. De sportwereld verwacht steeds meer van sporters en de druk om te presteren is hoog. Topsporters beginnen op een jongere leeftijd en gaan ook langer door. ‘’Het sportklimaat vraagt zo veel van een atleet, dat het echt een fulltimebaan is. De verwachting is dat er volledig en alleen maar gefocust wordt op de desbetreffende sport’’, vertelt Karres. Er is dus weinig tijd over om zich te oriënteren op een studie of om na te denken over de toekomst.

Wat nu?
Het moment van pensioen valt vaak zwaar. Gebrek aan kennis en ervaring zorgen voor onzekerheid bij een oud-topsporter, bang om niet te kunnen functioneren in de maatschappij. Leeftijdsgenoten draaien al tien jaar langer mee in de samenleving. Een sporter heeft minder ervaring en een andere achtergrond als leeftijdsgenoten die middenin hun carrière zitten. Dit is een achterstand die ingehaald moet worden, maar tegelijkertijd moeten ze wennen aan het ‘nieuwe leven’. Er komen allerlei financiële, sociale en fysieke veranderingen kijken bij het stoppen met topsport.

De Sportmaatschappij kijkt naar de kwaliteiten als sporter zijnde en vertaalt deze naar het bedrijfsleven. Sporters krijgen regelmatig te maken met zware tegenslagen, waardoor een extreme weerbaarheid – in de context van sport – wordt opgebouwd. Het is de vraag of sporters die weerbaarheid op een andere plek in dezelfde mate zullen hebben. Volgens Karres is begeleiding krijgen in de tijd die volgt na een carrière van essentieel belang.