Voetbalscheidsrechter zijn is topsport. Je moet in topconditie verkeren en mentaal sterk in je schoenen staan. In 2003 floot Ed Janssen zijn eerste wedstrijd in het Nederlands betaald voetbal en in 2018 sloot hij zijn scheidsrechterscarrière af met een wedstrijd in de Eredivisie. Hij behoorde tot de beste groep arbiters in Nederland.

Scheidsrechters krijgen tijdens wedstrijden te maken met spreekkoren, boze supporters en kritiek. Dat is iets waar Janssen in zijn carrière ook mee in aanraking kwam.

Wat was jouw functie als scheidsrechter?
‘’Ik zie mijzelf als onderdeel van het voetbalspel en er is soms gewoon iemand nodig die de richting bepaalt. Het is belangrijk dat je de wedstrijd leidt op een manier dat je niet opvalt. Als scheids probeer je preventief van alles te betekenen voor het spel. Op het veld deed ik veel aan kansberekening, ik probeerde altijd twee stappen vooruit te denken.”

”Als scheidsrechter moet je zoveel mogelijk goede beslissingen nemen. Je kunt niet iedereen tevreden houden maar dat is ook niet je taak. Er zal altijd een partij zijn die mijn beslissing liever anders had gezien omdat het ongunstig is voor hen. Op het moment dat ik op mijn fluitje blaas, kijkt iedereen naar me. De voetballers, het publiek en de mensen langs de lijn. Dan moet je zorgen dat je zeker bent van je zaak. Je maakt een beslissing waarvan je overtuigd moet zijn dat het de juiste is.’’

Heb je achteraf weleens spijt gehad van een beslissing?
‘’Ik heb in totaal 426 wedstrijden gefloten en ik heb ze allemaal teruggekeken. Ik gok dat er zo’n vijftig beslissingen tussen zitten waarvan ik het achteraf anders had aangepakt. Daarvan waren er minder dan tien cruciaal. Dat is natuurlijk enorm balen en daar ben ik dan ook echt twee dagen ziek van. Je leert van deze fouten en het hoort ook bij het vak. Het is even uithuilen en weer verder gaan.’’

Als scheidsrechter krijg je een hoop commentaar, hoe ging je hier mee om?
‘’Er zijn veel ogen gericht op de voetballerij. Krant, tv, radio en internet vinden er allemaal wel wat van. Er zijn reacties te vinden als ‘Wat een klootzak, die Janssen’ of ‘Alweer die Limbo’. Ik heb hier nooit veel aandacht aan besteed, ik ga me niet druk maken over een individu die ergens wat van vindt.”

”Bij een voetbalwedstrijd horen ook de bekende spreekkoren, waarbij groepen supporters gezamenlijk dezelfde leuzen schreeuwen. ‘Janssen, Janssen, je moeder is een …’. Dit is weleens voorgekomen maar ik heb er gelukkig nooit een wedstrijd voor hoeven stilleggen. Ik denk dan maar zo: ‘Iedereen die in dit stadion tegen mij is, heeft ook een euro meebetaald aan mijn salaris’.’’

Hoe verliep de interactie tussen jou en de spelers op het veld?
‘’De spelers en ik hebben elkaar altijd respectvol behandeld. Interactie op het veld is belangrijk. Elf spelers zullen het met je eens zijn en bij de volgende beslissing wellicht de andere elf. Voetballers laten hun ongenoegen wel blijken als ze het ergens niet mee eens zijn. Zo floot ik een wedstrijd van Ajax waarbij Lasse Schöne vond dat er een overtreding op hem werd gemaakt, waar ik niks mee deed. ‘Blinde!’, riep hij. Ik reageerde met ‘Janssen is mijn naam, ik heet geen blinde!’. Hij gaf me een klop op mijn schouder en het was weer goed. Ik geef spelers altijd de kans om zich te verbeteren, dat vind ik wel zo eerlijk.’’