Het overlijden van Stan (9) heeft grote impact op de leerlingen van basisschool Jenaplan de Blijdorp. De directie van de school doet zijn best om de plotselinge dood van de leerling op de juiste manier te verwerken. Hoe gaat een basisschool om met het overlijden van een kind?
Door: Tonya van Tol

Het verdriet is groot op de Jenaplanschool De Blijdorp in Rotterdam. Op zaterdag 14 september is de negenjarige Stan overleden. Met als belangrijkste uitgangspunt ‘samen leven’, doet de school er alles aan om deze tragische gebeurtenis op de juiste manier te verwerken. De ouders van alle leerlingen zijn ondertussen op de hoogte gebracht van het verschrikkelijke incident door middel van een brief. Zelf krijgt De Blijdorp de juiste begeleiding van de GGD en Schoolmaatschappelijk Werk.

“Op onze school spelen we samen, vinden we het gesprek met elkaar belangrijk, leren en werken we samen en vieren we ook met elkaar.”

Maatschappelijke impact
Het is het tijdperk van de sociale media. Met alle berichtgeving rondom het overlijden van Stan is het vanzelfsprekend dat de kinderen op De Blijdorp hier zelf van op de hoogte zijn.

“Over het algemeen zijn scholen georganiseerd vanuit een pedagogisch perspectief. Dit zorgt dat de school dit intensieve gedrag van de media goed kan kaderen tegenover de kinderen. De leraren zijn heel goed voorbereid om de kinderen in deze situaties te ondersteunen maar ook uitleg te geven, ook wanneer het aankomt op de media”, meldt kinderpsycholoog Maarten Ovington.

GGD Protocol
Een school moet zo doelbewust, omzichtig en snel mogelijk reageren in tijden van verlies. De GGD heeft ter ondersteuning van de Nederlandse scholengemeenschap een protocol*opgesteld voor zowel het primair als voortgezet onderwijs in Nederland.

Dit protocol bevat een gedetailleerd stappenplan wat onder anderen het afscheid en de uitvaart van de desbetreffende overleden docent of leerling behandelt. Dit stappenplan is geen vervanging voor directe contacten met hulpverlenende instellingen. Het voorschrift adviseert, indien nodig, contact te zoeken met de GGD, Bureau Jeugdzorg of het regionale calamiteiten- en zedenteam.

Ovington legt uit waarom dit protocol slechts ter ondersteuning gebruikt moet worden: “Het hangt ervan af wat een kind in die situatie nodig heeft, het protocol geeft hier niet altijd antwoord op. Het is van belang dat de leraar in een klas, waarin kinderen merkbaar last hebben van de situatie, deze kan openbreken. Als dit niet genoeg is wordt vaak een hulpverlener ingeschakeld.”

De Blijdorp reageert verder niet op de gebeurtenis. Directeur Peter Vroone laat weten dat de tragedie alleen met de ouders zal worden besproken.

*GGD Protocol Rouw en Verdriet