Ze ontvingen één van de belangrijkste cabaretsprijzen: Lennete van Dongen, Louise Korthals en Theo Nijland wonnen een Poelifinario. Dat ze het uitstekend hebben gedaan, mag duidelijk zijn, maar wat maakt een cabaretier nou prijswaardig? Jurylid Nico Baars: “Er moet een oprechte noodzaak zijn om op het podium te staan.”

Drie categorieën, drie winnaars
Sinds 2018 heeft de prijs drie categorieën, die door VSCD (Vereniging Schouwburg en Concertgebouwendirecties) wordt uitgereikt. Eerder was er maar één prijs. Nu vallen cabaretiers in de prijzen voor de categorieën entertainment, engagement of kleinkunst.

De jury heeft er een lastige taak aan om drie winnaars te kiezen. Baars: “Voorstellingen met elkaar vergelijken is ontzettend lastig, elke cabaretier is uniek. Het zal altijd appels met peren vergelijken zijn.” Toch helpt het volgens het jurylid wel dat er nu meer prijzen te vergeven zijn. “Het is makkelijker als we dezelfde soort programma’s tegen elkaar af kunnen wegen.”

Oprecht en overtuigend
Een goede cabaretier moet volgens Baars een noodzaak hebben om op het podium te staan. “De cabaretier moet op het podium willen staan en het verhaal willen delen met de zaal. Het publiek wil meegenomen worden en via liedjes, grapjes en verhalen die oprecht en overtuigend zijn, gebeurt dat.”

Van Dongen viel in de prijzen in de categorie entertainment met haar voorstelling Paradijskleier. Korthals mocht met Alles is er! een Poelifinario ontvangen in de categorie engagement. Nijland kreeg voor zijn CD En de rest is onzin voor kleinkunst de prijs.