Steeds minder jongeren stromen na het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) door naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Dit is gebleken uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2010 stroomde 44% van de mbo’ers door, terwijl dat in 2018 nog maar 39% was. Volgens het CBS kan dit komen door het afschaffen van de basisbeurs.

Redenen
Rob Doorleijers werkt voor de communicatieafdeling van Fontys Hogescholen. Volgens hem hangt de keuze om door te stromen naar hbo af van verschillende factoren. “Ten eerste kost het natuurlijk veel geld. Toen de basisbeurs werd afgeschaft was er een daling, maar al snel was die verdwenen. Naast de kosten, hebben mbo’ers vaak het beeld dat ze minder goed zijn dan mensen die direct van de havo afkomen. Ze hebben het idee dat ze een minder grote kans hebben van slagen.”

Shannon Schamper, student schoonheidsspecialiste aan het Summa college in Eindhoven voelde dit ook. Na het afronden van haar mbo-opleiding wilde ze doorstuderen op het hbo. “Ik vond het mbo qua niveau niet helemaal bij me passen, er was te weinig uitdaging. Bij hbo dacht ik juist dat het te veel was en dat ik het niet kon.” Toch koos Shannon ervoor om de toelatingstoetsen van het hbo te maken. “Bij de eerste toetsen bleek al dat het kantje boort was. Ik was toen niet meer gemotiveerd en kreeg geen goede hulp. Toen heb ik besloten te stoppen. Ik heb nu een vaste baan bij de Etos, wat me ontzettend bevalt.”

Naast de angst hangt het volgens Doorleijers ook af van de leeftijd. Mbo’ers zijn vaak al een paar jaar ouder dan de gemiddelde havist. Daardoor zien ze het niet zitten om én ouder te zijn én om nog een studie van vier jaar te moeten voltooien.

“Ik moet nu nog 2,5 jaar naar school, maar ik ben nu al 20. Als ik eenmaal klaar ben met hbo ben ik bijna bejaard. Gelukkig is de opleiding die ik doe binnen de horeca branche, dus ik denk dat ik een hbo diploma ook niet per se nodig heb”, zo zegt Sanne Mulder, student horecaondernemend management.

Babette den Boef, adviseur beleid onderwijs bij ROC, heeft de daling ook ervaren. Volgens haar is het animo voor het hbo erg laag. “Voor havisten is het gemakkelijker om door te stromen dan mbo’ers.” Het ROC biedt de studenten verschillende onderwijselementen aan om makkelijker door te stromen. Hier kunnen ze zich verdiepen in de opleidingen. Als iemand techniek doet, kan die persoon bijvoorbeeld een wiskunde module volgen op hbo niveau. “Wij werken nauw samen met het hbo. We willen de studenten laten zien dat doorstuderen helemaal niet eng is. Veel studenten hebben wel degelijk potentie en ambitie, maar weerhouden zichzelf ervan. Dat proberen wij te voorkomen.”

“Natuurlijk zijn er ook mensen die het mbo prima vinden en direct gaan werken”, vervolgt ze. Bob te Lindert begon na zijn diploma op het mbo direct met werken. “Na mijn stage had ik niet meer zo’n zin om iets te gaan doen met school. Op mijn 20e begon ik met werken, waar ik nooit spijt van heb gehad. Ik denk dat wanneer ik hbo zou zijn gaan doen ik niet had kunnen doen wat ik nu doe en wat ik leuk vind”, vertelt hij.

Makkelijk aan het werk
“Tegenwoordig is het ontzettend makkelijk om met een mbo diploma een baan te vinden”, vertelt Den Groef. Er is de laatste tijd meer vraag naar mbo’ers op de arbeidsmarkt. Volgens den Groef is dit een van de grootste redenen om niet meer door te stromen. “Studenten worden snel verleid met een baan voor veel geld.”

Motiveren
Doorleijers maakt zich hard om potentiële doorstromers te motiveren: “Het enige wat wij kunnen doen is de studenten helpen met het maken van een goede keuze. We laten ze het hbo ervaren door het niveau, de aanpak en de verschillende opleidingen te laten zien.” Fontys hoopt op die manier een goed beeld te geven van wat hbo eigenlijk inhoudt. “We willen de angst voor het hbo beperken door te vertellen dat de studenten waardevol en interessant zijn voor het hbo zodat hun beeld van ‘de grote boze hbo’ verandert. We zijn blij met ze.”