Het is volgens Hartstichting haalbare kaart om binnen één jaar tijd de 5.000 resterende AED’s op de juiste plek in Nederland te krijgen. Er zijn er 25.000 nodig om Nederland ‘hartveilig’ te maken.

Vorig jaar waren er in Nederland 15.000 hartschokapparaten, nu zijn het er 20.000. “Het is dus bewezen dat het haalbaar is om in één jaar tijd vijf duizend AED’s (Automatisch Externe Defibrillator) te verwezenlijken”, vertelt Ron Sinnige van Hartstichting. “We zijn goed op weg om de 6-minutenzone – de tijd die het kost om een defibrillator tot je beschikking te hebben – te realiseren in Nederland.”

Hartstilstand

Dat deze 6-minutenzone van belang kan zijn, weet ook Paulien van Mierlo. Paulien had in 2012 een hartstilstand in haar slaap. Haar man werd hierdoor wakker en belde direct 112. Er werd er toen via de alarmcentrale contact opgenomen met hartslag nu, een organisatie waar AED’s en burgerhulpverleners – mensen die kennis hebben van AED’s en reanimeren – zijn aangemeld. Burgerhulpverleners die bij het ‘plaats delict’ in de buurt wonen, krijgen een melding via hartslag nu. Zij moeten zo snel mogelijk ter plaatse zijn. “Zonder de burgerhulpverlening was de kans dat ik nu nog leefde ontzettend klein”, zegt Paulien.

“Zonder de burgerhulpverlening was de kans dat ik nu nog leefde ontzettend klein”

Blokkades

Volgens Sinnige zijn er echter twee dingen die momenteel in de weg staan voor het hebben van een hartveilig Nederland. “Ten eerste is het voornamelijk het bewustzijn dat cruciaal is. Dat men doordrongen is van het belang dat je op elke plek waar mensen een hartstilstand krijgen, er op tijd bij kunt zijn”, vertelt Sinnige. Maar ook financieel gezien is het volgens hartstichting niet makkelijk. Een AED kost namelijk 2.500 euro. “De stichting roept onder anderen mensen en buurten op om middels een crowdfunding AED’s aan te schaffen.”

Grote stap

Paulien vindt het een goede zaak dat we nog maar 5.000 AED’s verwijderd zijn van een hartveilig Nederland. “Ik denk sowieso dat Nederland al een hele grote stap aan het zetten is. Je ziet bijvoorbeeld hier in Limburg dat inwoners uit zichzelf naar de gemeente gaan om de nood van deze zaak aan te kaarten.” Voorafgaand aan haar hartstilstand las Paulien zich al in over ‘burgerhulpverlening’ en toen dacht ze er al aan om het zelf te doen. “Ik twijfelde enkel nog een beetje, gezien het best iets spannends is. Toen ik een hartstilstand kreeg, maakte het de keuze een stuk makkelijker. Na mijn herstel heb ik me aangemeld als burgerhulpverlener.”

“Na mijn herstel heb ik me aangemeld als burgerhulpverlener.”

Leven of dood

Burgerhulpverleners zijn volgens de Hartstichting in vrijwel ieder geval sneller dan een ambulance. “De gemiddelde responstijd van een ambulance is acht tot tien minuten. Een burgerhulpverlener is er meestal binnen zes minuten. Dat kan een verschil maken tussen leven en dood.”