Miljoenen Amerikanen werden deze week van het stroomnetwerk afgesloten. Bob Radstake heeft zich echter vrijwillig van het Nederlandse energienetwerk losgemaakt en wekt, in zijn levend huis, zijn eigen energie op.

Bob Radstake (45) verblijft geregeld met zijn vrouw Kathelijne (42) en dochter Lelie (7) in hun ‘vakantiehuisje’ in Overijssel. Het huisje, gelegen in een eikenbosje, oogt schattig en kan zo uit een Disneysprookje overgewaaid zijn. Omringd door een tiental andere woningen, ‘bewoond door gelijkgezinden’, verblijft de familie hier. Officieël mogen we hier niet wonen, vertelt Radstake. ‘We zijn al eens het huis uitgezet. We zijn dan nu ook reizende.”

Op zijn dertigste gooide Radstake het roer finaal om. Hij verkocht zijn woonhuis, nam ontslag en verliet zijn band. Bestemming: De andere kant van de wereld. Hij toerde een jaar door Australië en sliep daar, naar eigen zeggen, onder een zeiltje. “Ik moest echt even loskomen uit het systeem. Mezelf even resetten”. Hierna keerde hij terug naar Nederland waar hij in 2012 in het bosje terechtkwam. Hij leerde er Kathelijne kennen en een winter later was ook Lelie er.

Het huisje van de familie Radstake. Jurre van Breugel

Eigen energie
Radstake heeft er voor gekozen om op een milieubesparende manier te wonen en leven. Het huisje bestaat uit één grote ruimte. Een keuken met gasfornuis, vol potjes en een koelkastje. Ernaast liggen de slaapkamers, warmgestookt door een stenen kachel. Buiten staat het zelfgebouwde toiletgebouwtje. Je ontlasting komt hier in een vat met stro terecht, om later als grondstof gebruikt te worden. Binnen brandt wel licht, want Radstake wekt zijn eigen energie op. “Er liggen twee zonnepaneeltjes op het dak die ons van stroom voorzien. Zo zijn we niet afhankelijk van het energienet en kunnen we toch een beetje stroom gebruiken. Ik laad mijn elektrische gereedschap ermee op en mijn telefoon en laptop. Vijfhonderd Watt, dat is alle stroom die we gebruiken.”

Watervoorziening
Niet alleen gebruikt de familie Radstake weinig elektriciteit, ook heeft het geen stromend water. Met jerrycans wordt het water bij een boer gehaald, de eigenaar van het stukje grond. Een glas water tap je zo recht uit het vat. Maar ook hier heeft zijn creatieve geest een oplossing voor. Hij heeft een put gegraven waaruit hij grondwater wil oppompen. “Er zit nu nog teveel ijzer in het water maar dat filter ik eruit. Zo voorzien we ons van vers water.” Hij moet er wel diep voor graven. Het grondwater ligt namelijk op 32 meter diepte.

In de keuken van de familie tap je water direct uit het vat. Jurre van Breugel

Hoewel Radstake zich actief bezighoud met zijn leefomgeving zou hij zichzelf geen activist noemen.”Ik ga nergens tegenin. Ik ben niet tegen de manier waarop de wereld nu draait hoor. Ik denk gewoon dat het anders kan, zonder vervuilende biocentrales.” Volgens Radstake houden de meeste zich niet direct bezig met de dingen die er in de wereld spelen. “Mensen merken het pas persoonlijk als er wat speelt wanneer ze zelf een aparte geur in de stad ruiken of zien dat de buurman toch wel erg mager wordt. Gelukkig hebben de meeste mensen nu wel door dat we bijvoorbeeld echt iets aan ons plasticgebruik moeten doen. Dat is een bewustzijn wat we de komende jaren kunnen verwachten. Stel je voor dat we allemaal acht uur per dag voor de aarde werken, in plaats van voor een baas. Dan kunnen we in een paar jaar de wereld omtoveren.”

“Stel je voor dat we allemaal acht uur per dag aan de aarde werken, in plaats van voor een baas. Dan kunnen we in een aantal jaar de aarde omtoveren.”

Zelfvoorzienend
Radstake meent dat hij zelf ook schuldig is aan het plasticprobleem. “We gebruiken zelf ook plastic hoor. Onze zonnepanelen zijn na twintig jaar wel op, dan is het chemisch afval. Ik denk zelf dat het zuur uit een aantal accu’s toch opweegt tegen de energie die we besparen.” Geheel zelfvoorzienend denkt Radstake niet te worden. “Ik rijd een auto. De grondstoffen die ik daarvoor nodig heb kan ik helaas niet zelf verbouwen. Om helemaal zelfvoorzienend te zijn zullen we terug moeten naar een primitieve staat en dat hoeft voor mij niet. Ik vind het toch wel prettig om op internet te kunnen en telefonisch bereikbaar te zijn.”

Jurre van Breugel

Het leven in het bosje bevalt de familie goed. Buren wandelen rustig binnen en ook dochter Lelie vermaakt zich goed. Ze krijgt thuis les. “Ze leert rekenen, lezen en spreekt al vloeiend Engels door al onze Engelse vrienden,” merkt Radstake op. “Als ze later wil gaan studeren is dat natuurlijk goed. Ze heeft genoeg contact met de maatschappij. We willen haar alleen laten zien dat het ook anders kan, zoals ik zelf ook geloof.” Maar wat als Radstake nu terug zou moeten naar zijn oude huis? “Dat zou ik dan gewoon gebruiken voor mijn volgende gekke project. Een andere leefomgeving betekent niet dat je anders bent. Hier zijn we avonturiers.”

Hier zijn we avonturiers.

Levend bouwen aan de toekomst
Zelf mist Radstake niet veel in zijn nieuwe thuis. “Het water stroomt nog niet echt, dus een warme douche is ook lastig.” Niet alleen werkt hij hard aan zijn douche, ook heeft Radstake grote plannen voor het huis. Hij bouwt, letterlijk en figuurlijk, op levendige wijze aan de toekomst. “Hier komt de kamer van Lelie, en hier komt een extra muur”. Radstake wijst om zich heen. Er liggen wat planken hout tegen de wand van het huisje aan. Een schutting van houten bloempotten staat er verlaten bij. “Kun je het je voorstellen? Die schutting wordt een levende muur die generatie op generatie mee kan en alleen maar sterker wordt.” Radstake ziet het idee duidelijk voor zich. “Van deze oude schooltafels maak ik plantenbakken. Die stapel ik op elkaar als een soort Lego. Ik plant er scheuten in, Iep, appel of populier, en groeien de komende jaren uit tot stevige bomen. Die vlecht ik om elkaar heen totdat ze een levende muur vormen.

Nu is het een bouwproces, maar later wordt dit een groeiproces!” Het geheel voelt aan als een soort levend Minecraften, maar Radstake is overtuigd. “Binnen blijft het droog en van buiten is mijn huis een deel van de natuur. Het huis wordt ook alleen maar sterker de komende jaren!”. Radstake heeft er vertrouwen in. Het liefst zou hij een dorp zien, bestaande uit levende huizen. “Maar”, meent hij “die droom is voor mijn leven nog maar beperkt haalbaar.”

Bob’s natuurlijke wijze van bouwen. Jurre van Breugel