Huiselijk geweld is een hoofdpijndossier. Het gebeurt in besloten kringen en er is sprake van een schaamtecultuur, daarom is het lastig in kaart te brengen. Geen wonder dat maatschappelijke organisaties sinds jaar en dag vooral een aspect benadrukken: praat erover als je slachtoffer bent.

Door Thieu Schraven en Anne van Bree

Veilig Thuis, een meldpunt voor huiselijk geweld, definieert het begrip als volgt: ‘Huiselijk geweld wordt gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. Het gaat dan om partners, ex-partners, gezinsleden, familieleden of huisvrienden. Er is bij huiselijk geweld meestal sprake van een machtsverschil: het slachtoffer is afhankelijk van de pleger. Het geweld kan zowel lichamelijk zijn als seksueel of psychisch’. Veilig Thuis noemt op hun site meer voorbeelden van huiselijk geweld: ook herhaaldelijk schelden, beledigen en/of vernederen (psychische mishandeling); seksueel misbruik en ook financiële uitbuiting rekent de organisatie onder ‘huiselijk geweld’. De diversiteit toont de omvang van het probleem aan; huiselijk geweld is op allerlei manieren in de praktijk terug te vinden.

Vaak durven slachtoffers niet te praten over wat er zich thuis afspeelt. Ze schamen zich en voelen zich zwak. Het is daarom belangrijk om het onderwerp bespreekbaar te maken. Dat gebeurde onder andere afgelopen dinsdag, op een infoavond bij het Radboud UMC in Nijmegen.

Recente problemen
Huiselijk geweld kwam het afgelopen jaar meerdere malen slecht in het nieuws. Deze maand bleek uit een onderzoek van de NOS dat tientallen slachtoffers van gewelddadige partners noodgedwongen in hotels moesten verblijven vanwege een gebrek aan opvangtehuizen. Slachtoffers zien dit niet als een privilege omdat een hotel minder garantie op veiligheid geeft dan bijvoorbeeld een Blijf van m’n Lijfhuis.

Ongeveer een maand geleden publiceerde het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Rijksbegroting voor 2020. Daarin stond dat huiselijk geweld en kindermishandeling de meest voorkomende gevallen van geweld zijn in Nederland. Het ministerie zegt dat ze met het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ de doelstelling heeft om de regio’s waar Veilig Thuis gevestigd is, te voorzien van hulp om het programma in praktijk te brengen.

De regio’s stellen zelf hun plannen van aanpak op en worden gecontroleerd door een onderzoekscommissie van de overheid, om te zien of de plannen effect hebben. Met andere woorden: regionaal worden plannen opgesteld om uiteindelijk landelijk verandering te weeg te brengen, gesteund door de overheid.

Huiselijk geweld is een probleem dat zichzelf voedt. Het geweld is het probleem in de eerste plaats, maar het weinige zicht wat we op het probleem hebben maakt het alleen maar groter. Het is moeilijk bespreekbaar vanwege de angst- en schaamtecultuur en tegelijk is er weinig zicht op vanwege het feit dat het zich in en afgesloten omgeving afspeelt.