Door: Michiel van Dongen en Ramon Sanders

In Turkije censureerde premier Recep Tayyip Erdogan afgelopen week een cartoon van de Nederlandse cartoonist Ruben L. Oppenheimer. Deze spotprent werd van Facebook gehaald op verzoek van de Turkse overheid. Op die spotprent werd Erdogan afgebeeld als een hond die aan de lijn zat bij de Amerikaanse president Donald Trump. Het is niet de eerste keer dat Erdogan of een andere wereldleider censuur toepast en daarmee de vrijheid van meningsuiting beperkt. Maar hoe zit dat eigenlijk, mag een politicus zomaar censuur toepassen en hoe ver mag een cartoonist gaan?

Volgens Sabrina van Willigenburg, docent recht op Fontys Hogescholen en advocate, hebben cartoons en columns meer ruimte als het gaat om vrijheid van meningsuiting dan andere stukken. “Op hoofdpunten moet een column een grondslag hebben, maar er is een grote mate van vrijheid bij het geven van een mening over personen en gebeurtenissen. Stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten zijn dan geoorloofd.”

Op de website rechtspraak.nl wordt een zaak uit 2015 beschreven waarbij een cartoonist een spotprent over een advocaat niet hoefde te rectificeren. Dit omdat de rechter in dat geval vond dat de vrijheid van meningsuiting zwaarder woog dan de goede naam van de advocaat. De rechter zag het als een satirische uiting waarbij het de bedoeling was om te spotten en het hof nam aan dat de lezers de prent met die bril hebben bekeken, zoals gemeld werd in de toelichting van de zaak.

Cartoonist Roel Seidell maakt allerlei cartoons en illustraties in opdracht van bedrijven. In onderstaande video geeft hij uitleg over zijn beroep en werkwijze en geeft hij zijn mening over wat te ver gaat of niet.

Mat Rijnders, die drie keer per week een spotprent maakt in het Eindhovens Dagblad, zegt dat de grens tussen humor en belediging volgens hem heel klein is. “Sommige lezers kunnen relativeren, anderen niet, daar kun je geen rekening mee houden.” Hij zegt zichzelf nooit grof te vinden in zijn prenten, maar volgens hem ‘mag alles en moet niks in een cartoon.’ Rijnders zegt te merken dat cartoonisten na Charlie Hebdo wel wat voorzichtiger zijn geworden. “De grens is nog steeds hetzelfde, maar er wordt nu wel meer bewust rekening mee gehouden, heb ik het idee.” Rijnders heeft een duidelijk standpunt over persvrijheid. “Het principe is hartstikke mooi, alleen zijn er ook mensen die de discussie aangaan door te dreigen met Kalasjnikovs of de gevangenis en als cartoonist verlies je dan altijd. Daar kun je dan wel weer een leuke prent over maken.” Verder geeft Rijnders aan zelf nog nooit bedreigd te zijn vanwege zijn prenten maar wel eens mailtjes te krijgen van ‘mensen die komen klagen dat ze de prent niet snappen.’

De nieuwsredactie ging de straat op met een eerdere spotprent Oppenheimer die voor controverse zorgde en vroeg aan het winkelend publiek hoe ver zij vinden dat een cartoonist kan gaan. Ook werd ze voorgelegd voor dat de spotprent in het Algemeen Dagblad heeft gestaan en vroegen of ze vinden dat een serieuze krant dat kan doen, al was het niet hun eigen spotprent. Dit is de cartoon die de mensen te zien kregen:

Bron: Ruben L. Oppenheimer

 

 

 

Er zijn in het verleden meer incidenten geweest rond spotprenten en cartoons. Iedereen weet natuurlijk wat er vier jaar geleden bij het Franse blad Charlie Hebdo is gebeurd. Dat was wel een uitzonderlijk heftig geval, maar het staat zeker niet op zichzelf. Er zijn meerdere gevallen bekend van incidenten nadat een spotprent aanzette tot discussie of protesten. In onderstaand overzicht worden een paar van dit soort incidenten beschreven.