Tom Egberink, rolstoeltennisser, heeft één doel voor ogen wat steeds dichterbij lijkt te komen: De Paralympische Spelen 2020 in Tokyo. Door recent gewonnen toernooien heeft hij een negende plek veroverd op de wereldranglijst. Het gaat Tom voor de wind en hij kijkt uit naar zijn doelen in het nieuwe sportjaar. 

Het hele jaar door worden er toernooien gespeeld om de top te bereiken. “Op dit moment sta ik er zeer goed voor. Ik ben opgeschoven van de 11 plek naar de 9e plek. Mijn plekje wordt steeds zekerder.” Om door te kunnen gaan naar de Paralympische Spelen moet je in de top 12 staan. 

In juni 2020 ligt het officiële meetpunt voor de kwalificaties. Dan wordt er bekend gemaakt welke ploeg er naar Tokyo zal gaan. Echter maakt Egberink zich geen zorgen over zijn plek de aankomende maanden. “Er moeten écht gekke dingen gebeuren, wil ik dat niet halen.” 

Drukte 

Elke week zijn er toernooien, zo neemt Egberink deze week deel aan het Nederlands Kampioenschap. “Toernooien zitten bomvol nu. Veel mensen willen zich kwalificeren voor het buitenland.” Om te kunnen deelnemen in het buitenland moet je voldoende punten behalen. 

Egberink traint vijf dagen per week in de Amstelveen en wordt scherp in de gaten gehouden door zijn fysio en dokter. Hij is vijf keer geopereerd geweest en heeft flink last gehad van zijn blessures. Zo heeft hij ook met een gebroken duim gespeeld op de Paralympische Spelen in Rio. Maar de overvolle dagen werken voor Egberink juist positief. “Ik train veel harder en constanter op dit moment, daardoor ben ik minder bang voor een blessure dan in het verleden. Als ik bezig moet zijn met de angst voor een eventuele blessure, verlies je focus en gaat het niet de goede kant op.” 

Het nieuwe sportjaar

Met Egberink zijn frisse vooruitblik op de toekomst kijkt hij uit naar het nieuwe jaar. “Bij het dubbelspel maken we zeker een grote kans op medailles in het aankomende jaar. We hebben namelijk al van alle toplanden gewonnen.” Zijn andere doel voor aankomend jaar is om mee te doen aan alle grandslamtoernooien.” De beste acht mogen hieraan deelnemen. “Daar doe je het toch voor”, lacht Egberink.

Lees ook: Olympiërs vs. Paralympiërs: Een wereld van verschil