Geschreven door: Merel van Mol, Tom van Rooijen en Chris Janssen

‘Je suis Charlie’. Dit stond vijf jaar geleden prominent in alle grote kranten. Het was een reactie op de aanslag op het satirisch weekblad uit Frankrijk; Charlie Hebdo. Op 7 januari liepen twee mannen het gebouw van Charlie Hebdo binnen. Tijdens de dagelijkse ochtendvergadering openden zij het vuur. Deze schietpartij kostte twaalf mensen het leven. Aanleiding voor de aanslag waren de cartoons van profeet Mohammed die in de krant verschenen. Het incident maakte veel los bij het publiek. Journalisten van over de hele wereld waren geschokt door deze aanval op de vrijheid van meningsuiting.

De aanslag op Charlie Hebdo was het startpunt van een reeks aanslagen op redacties en journalisten persoonlijk.

 

Sinds de aanslag is ook in Nederland het debat over persvrijheid en -veiligheid opnieuw begonnen. Journalisten krijgen steeds meer te maken met agressie en bedreigingen. Niet alleen fysiek, maar ook veel op social media. Om dit te verminderen en journalisten hierbij te helpen is PersVeilig opgericht. De organisatie is vorig jaar van de grond gekomen. Het is een samenwerkingsverband van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), het Genootschap van Hoofdredacteuren, de politie en het Openbaar Ministerie, met als doel de veiligheid van journalisten te waarborgen. Dit doet PersVeilig bijvoorbeeld door mentale steun te bieden of door te helpen bij het doen van aangifte. “Samen met politie en justitie proberen wij de positie van journalisten te versterken”, zegt journalist Peter ter Velde.

Peter ter Velde werkte jaren als journalist in oorlogsgebieden voor de NOS. Hij is één van de oprichters van PersVeilig. “Ik ben een echte veiligheidsman”, zegt hij over zichzelf. Ter Velde vertelt over de stand van de veiligheid en de vrijheid van journalisten, vijf jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Ook bespreekt hij hoe journalisten concreet met bedreigingen kunnen omgaan en hoe de persvrijheid wat hem betreft altijd onaangetast moet blijven.

Dat het debat over persvrijheid leeft, is duidelijk. Dinsdag 7 januari, exact vijf jaar na de aanslag op Charlie Hebdo, werd in Beeld en Geluid Den Haag een panelgesprek over de stand van zaken georganiseerd: Ode aan de Persvrijheid. De avond werd geopend met een lezing van Joep Bertrams, cartoonist bij Het Parool. In het panel zaten voormalig hoofdredacteur van de NOS Hans Laroes, freelancejournaliste Naeeda Aurangzeb, cartoonist Tjeerd Rooyaards, journaliste van Omroep West Sharma Soerjoesing en freelancejournaliste Maica Hopstaken.

Op deze avond sprak het panel over de staat van de vrije pers, vijf jaar na de aanslag op Charlie Hebdo.

Twee weken na de aanslag op Charlie Hebdo kreeg ook Nederland te maken met een inperking van de vrije pers. De toen negentienjarige Tarik Z. liep met een nepwapen het NOS-gebouw binnen om zodoende zendtijd op te eisen. De NOS kreeg afgelopen najaar ook te maken met mensen die zendtijd wilden opeisen: de boeren. Rachid Bouazzaoui, werkzaam op de nieuwsredactie van de NOS, was aanwezig bij beide gebeurtenissen.

Het debat over de vrije pers is nog lang niet over. Toch hoeven we de toekomst niet helemaal somber in te zien. Zoals Sharma Soerjoesing het ook al zei in het panelgesprek: “De persvrijheid in Nederland is groot en dit moeten we niet voor lief nemen.”