Nederland is het afgelopen jaar gezakt naar de achtendertigste plek op de lijst van het World Economic Forum (WEF): de Global Gender Gap-index (GGG-index). De lijst rangschikt jaarlijks 153 landen op basis van de mate waarin de ongelijkheidskloof tussen mannen en vrouwen is gekrompen. Dit doen ze aan de hand van drie verschillende punten: politieke invloed, economische participatie en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. 

In Nederland blijft de politieke invloed van vrouwen sterk achterlopen ten opzichte van bijvoorbeeld de Scandinavische landen. Ook de groei in de Nederlandse arbeidsparticipatie en carrièrekansen stagneren. De studie wordt uitgevoerd door het Amsterdam Centre for Business Innovation vanuit de Universiteit van Amsterdam (UvA), onder leiding van professor Henk Volberda. Volgens deze studie wordt in veruit de meeste andere landen het gender gap kleiner.

In deze veertiende editie van het rapport laat de lijst 101 van de 153 landen zien die dit jaar en vorig jaar een aanzienlijke progressie vertonen in het verkleinen van de ongelijkheidskloof tussen mannen en vrouwen. Nederland staat nu net aan in de top van de wereld wanneer het gaat om de verkleining van de kloof tussen mannen en vrouwen (zie figuur 1.1). Volberda vindt dit opvallend in een land dat bekend staat om haar progressieve instelling.

De politieke invloed van de Nederlandse vrouw
De politieke invloed van vrouwen in Nederland is niet alleen gestagneerd, maar zelfs verder afgenomen wanneer je het vergelijkt met de andere landen uit de GGG-index. Afgerond wordt minder dan de helft van de Tweede Kamerzetels en ministerposten door vrouwen ingenomen. Het is opvallend dat we in Nederland nog nooit een vrouwelijke premier hebben gehad. “Een ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek, betekent dus een ondervertegenwoordiging van de belangen van vrouwen in de maatschappij”, aldus Volberda. Wie weten namelijk beter waar de pijnpunten voor vrouwen in de maatschappij zitten dan vrouwen zelf? In Europa heeft een grote meerderheid al vrouwelijke regeringsleiders gehad en twaalf landen hebben op dit moment een vrouwelijke leider. In Nederland blijft dit echter achter, Volberda denk dat dit te maken heeft met het achterblijven van vrouwelijke partijleiders: “Zonder succesvolle vrouwelijke partijleider, ook geen vrouwelijke minister en dit speelt weer mee in het achterblijven van vrouwelijke rolmodellen in de politiek. Het is een vicieuze cirkel.”

Vrouwen werken vaker parttime
Nederland staat wereldwijd gezien op de zestigste plek als het gaat om economische invloed van vrouwen. Hoewel de arbeidsparticipatie van vrouwen ongeveer gelijk blijft en de  inkomensongelijkheid van mannen versus vrouwen iets lijkt af te nemen, hebben vrouwen nog steeds overwegend parttimebanen (in percentages is dat 25% vrouwen tegenover 75% mannen).

Getty Images

Ook in leidinggevende functies blijven vrouwen achter: een ruime minderheid van de bestuursleden en commissarissen van beursgenoteerde bedrijven is vrouw. “Dit is jammer om te zien, in tijden van economische groei moet je dit benutten, omdat er dan kansen liggen voor vooruitgang. We hebben nu meer dan goed gekwalificeerde vrouwen, Nederland zou meer zijn best moeten doen om de doorstroom voor vrouwen naar hogere posities te stimuleren en mogelijk te maken.” Helaas is de oplossing hier niet altijd even makkelijk denkt hij: “Dat vrouwen minder voltijd werken, ligt ook aan het simpele feit dat in relaties mannen vaak ouder zijn dan vrouwen en daarom hoger in de salarisschaal zitten. Op deze manier valt de keuze gemakkelijker op vrouwen om minder te gaan werken en groeien vrouwen dus minder hard op de carrièreladder.”

“We hebben nu meer dan goed gekwalificeerde vrouwen, Nederland zou meer zijn best moeten doen om de doorstroom voor vrouwen naar hogere posities te stimuleren en mogelijk te maken”

Sterke ondervertegenwoordiging van vrouwen in de technologie
Er is in Nederland geen sprake meer van een kloof tussen mannen en vrouwen in toegang tot onderwijs. Hoogopgeleide vrouwen zijn in Nederland geen uitzondering meer, waardoor de doorstroom van vrouwen naar hogere posities makkelijker zou moeten worden. Het is echter duidelijk, dat het voor vrouwen moeilijker is om in bepaalde beroepsgroepen binnen te komen. Dit zal negatieve gevolgen kunnen hebben op de economische vooruitzichten van vrouwen in vergelijking met mannen.  STEM-functies (science, technology, engineering, mathmatical) zijn snelgroeiende beroepsgroepen en op dit moment is slechts 9% van de vrouwen in Nederland afgestudeerd in een STEM-classificatie, onder mannen is dat op dit moment 27%. “Vrouwen moeten qua interesse meer gestimuleerd worden in deze beroepsgroepen dan mannen. Ze voelen zich minder vaak aangesproken door de vacatureteksten van ICT-functies en daarbij komt ook nog eens dat de ICT bekend staat als mannenwereld”, aldus Volberda.

Figuur 1.1 en 1.2

 

Bron: ANWB

Waarom Scandinavische landen het zo goed doen
Volberda analyseert: “Nederland kan een voorbeeld nemen aan de Scandinavische landen. Op het gebied van oudervoorzieningen zoals kinderopvang en zwangerschapsverlof (ook voor vaders) om werk te combineren met gezin, lopen ze enorm voor. Dit kan de ongelijkheidskloof enorm veel kleiner maken en op den duur zelfs opheffen.”

IJsland voert al voor de elfde keer op rij de ranglijst aan met de relatief kleinste mate van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen (zie figuur 1.2). In dit land is ruim meer dan de helft van de kloof gedicht, ten opzichte van Nederland waar dit (net iets) minder is. Nederland bevindt zich wel boven het wereldwijde gemiddelde.

Specialist op het gebied van genderdiversiteit is Dr. Claartje Vinkenburg, zij legt uit waarom juist Scandinavië het zo uitzonderlijk goed doet op het gebied van gendergelijkheid.

Een andere uitschieter is Rwanda (zie figuur 1.2), die het ook elk jaar goed doet op de GGG-lijst, wat wellicht verassend is. Volberda licht toe: “Het onderzoek is gebaseerd op gelijkheid, niet op ontwikkelingsniveau of welvarendheid. Zo moeten vrouwen in Rwanda werken om het gezin financieel draaiende te houden, omdat het welvaartsniveau een stuk lager ligt dan in Europese landen.”

Nog een lange weg te gaan
Het duurt in West-Europa volgens het WEF nog minstens 54 jaar om de achterstand tussen mannen en vrouwen weg te werken. Dat is een hoger tempo dan wereldwijd gezien. Op dit moment is meer dan de helft van de kloof tussen mannen en vrouwen gedicht en dit is een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. De grootste ongelijkheid van vrouwen ten opzichte van mannen is vooral het politieke klimaat; hoewel de achterstand wereldwijd is ingelopen, is nog maar 25% van de kloof gedicht. Ook qua economische participatie is het wereldwijd niet goed gesteld, het grootste deel is dit jaar wereldwijd achtergebleven. Op dit tempo stelt het WEF aan de hand van berekeningen dat het nog zeker 257 jaar zal duren voordat het volledig is gelijkgetrokken tussen mannen en vrouwen. Klik hier voor meer informatie over het onderzoek.

Hoe gaan we het beter doen?
Het mag duidelijk zijn dat het probleem van het gender gap ingewikkeld is. Sommige redenen van het gender gap zijn soms zo ingeburgerd dat we het niet eens doorhebben. Het is zorgwekkend dat Nederland elf plaatsen op de GGG-index is gedaald in tijden van economische groei. Juist in deze tijden is het noodzakelijk dat een land de economische participatie van vrouwen verbetert ten opzichte van voorgaande jaren. Vrouwen kunnen beter gestimuleerd worden voor bepaalde beroepsgroepen zoals die van STEM-functies, en Nederland kan veel leren van Scandinavië wanneer het gaat over systemen die stimuleren dat vrouwen werken naast opvoedkundige verantwoordelijkheden.

Volberda geeft aan dat het bij de politiek moet beginnen: “In de Tweede Kamer is er nu een vrouwenquotum aangenomen voor commissarissen in beursgenoteerde bedrijven. Dit is een begin en kan ervoor zorgen dat de ongelijkheidskloof in Nederland verkleind. Voor een progressief, westers land is het bijna van de gekken dat we niet eens in de top-10 van de GGG-index staan. Dit moet en kan beter.”