Door: Chris Janssen & Sanne van der List

Het aantal laaggeletterden neemt jaarlijks toe. Jongeren ontwikkelen een taalachterstand op de lagere school en komen daardoor later steeds meer in de problemen met de Nederlandse taal. Er is voor dit probleem nog steeds geen concrete oplossing gevonden.

Een jongere die een taalachterstand heeft raakt steeds verder achter op de rest. “Als er niet meteen iets aan gedaan wordt, dan blijft diegene achter de feiten aanlopen”, vertelt Jan-Willem Heijkoop, voorlichter van de stichting ‘Lezen en Schrijven’. Kinderen die een taalachterstand ontwikkelen zijn volgens onderzoek van Taalalert.nl verlegen en terughoudend met oefenen, kunnen een slechter gehoor hebben en hebben vaker geen prikkelende thuissituatie die het oefenen van taal stimuleert. Het probleem is alleen dat taalproblemen niet worden aangepakt. “De kinderen die niet goed meekomen met de rest van de klas krijgen geen extra begeleiding”, zegt Heijkoop.

Niet alleen Nederlandse jongeren hebben te maken met dit probleem. Ook migranten hebben moeite met de Nederlandse taal, omdat dit niet hun moedertaal is. Heijkoop vertelt waarom dit probleem zo groot is. “Laaggeletterde mensen hebben moeite om goed mee te kunnen doen in de maatschappij. Doordat ze slecht kunnen lezen, begrijpen ze langere woorden- of zinnen niet.” Volgens Heijkoop lopen ze daardoor tegen veel dingen aan. “Het lezen en begrijpen van een bijsluiter van medicijnen, het lezen van straatnamen en het lezen en begrijpen van andere belangrijke dingen lukt deze mensen niet. Het is heel vervelend als je bijvoorbeeld de bijsluiter van medicijnen niet kan lezen en begrijpen.”

Taal- en rekenproblemen

Er bestaan twee vormen taalproblemen waar de stichting lezen en schrijven mee te maken heeft, het laaggeletterde en het analfabetisme. “Laaggeletterden zijn mensen die slecht kunnen lezen, schrijven en het begrijpen. Analfabeten zijn mensen die helemaal niet kunnen lezen of schrijven.” Volgens Heijkoop gaat het probleem van laaggeletterdheid verder dan alleen taal. Omdat laaggeletterden vaak een ontwikkelingsachterstand hebben, ontstaan er daarom ook problemen met bijvoorbeeld rekenen.

De universiteit van Maastricht heeft onderzoek gedaan naar laaggeletterdheid. Kinderen mag je niet ‘laaggeletterd’ noemen omdat zij nog in ontwikkeling zijn. Pas vanaf je zestiende levensjaar kun je officieel laaggeletterd zijn. In Nederland zijn meer dan 2,5 miljoen mensen van zestien jaar en ouder die problemen hebben met taal en/of rekenen. In onderstaande tool staat een overzicht van enkele cijfers en feiten over laaggeletterdheid.

Loading...

Loading…

De overheid investeert jaarlijks 1,13 miljard in het tegengaan van laaggeletterdheid. Dat geld gaat naar Nederlandse gemeenten die het vervolgens inzetten om het probleem aan te pakken. Een van de initiatieven die gemeenten hebben om laaggeletterdheid aan te pakken is het taalhuis. Diverse bibliotheken en buurthuizen organiseren een of twee keer per week een taalcafé en hebben oefengroepen. Een taalcafé is een inloopmoment waar niet-Nederlanders terecht kunnen om samen te zijn en om samen te oefenen met de Nederlandse taal. Er zijn bij deze inloop-momenten vrijwilligers die ze begeleiden.

In de Nieuwe Veste in Breda wordt ook twee keer per week een taalcafé gehouden en er zijn diverse oefengroepen. Sinds dat er een grote verbouwing heeft plaatsgevonden, heeft het taalhuis nu een eigen kantoortje achterin de bibliotheek.

Heijkoop vertelt dat er een oplossing is voor laaggeletterdheid. “Als je teruggaat naar de basis waar iemand een achterstand op het gebied van taal heeft opgelopen, dan kun je vanaf daar die persoon begeleiden en ‘opnieuw’ leren lezen en schrijven.” Volgens hem werkt dit het beste als je begint op je eigen niveau en vervolgens in een kleine klas of als individu eraan gaat werken. Ook hoopt hij dat de laaggeletterdheid ooit vermindert. “Door als samenleving samen te werken kunnen we gezamenlijk de aanpak voor dit probleem verbeteren.”