In de serie Time-out spreek ik met (top)sporters die hun sport vanwege het coronavirus niet meer kunnen beoefenen of hier hinder van ondervinden. Met hen heb ik het over hun tijdsbesteding, fitheid en de financiële gevolgen van de coronacrisis. Deze keer spreek ik met Thijs van Dam, hockeyer van HC Rotterdam en het Nederlands Team.

Voor hockeyer Thijs van Dam moest 2020 hét jaar worden. Hersteld van een slepende blessure en met de Olympische Spelen op het programma, leek niets een topjaar meer in de weg te staan. Het loopt anders. De 23-jarige Delftenaar brengt zijn tijd vanwege het coronavirus door in een studentenhuis in Rotterdam. “We moeten de wereld eerst maar weer op de rit krijgen.”

Met een vishengel langs de waterkant komt Van Dam écht tot rust. Het is één van de voordelen van de coronacrisis, de tijd hebben voor ontspannende bezigheden. Het is even anders dan het hockeyleven dat Van Dam gewend is. Trainen en spelen met zijn club HC Rotterdam zit er voorlopig niet in. “Ik vind vissen heel leuk. Met dit weer is het heerlijk om te doen. Daarnaast zie ik m’n vriendin een stuk vaker, dus dat is ook een mooie bijkomstigheid.”

Eigenlijk is dit de periode waarin Van Dam zijn vriendin, hockeyster Pien Sanders, juist niet zo vaak kan zien. Met het Nederlands Team zou Van Dam zich eigenlijk voorbereiden op het tot nu toe belangrijkste toernooi uit zijn carrière: de Olympische Spelen. “Ik baal enorm dat het toernooi verplaatst is, maar het is de juiste keuze. De focus en spanning zijn er daardoor ook wel wat af bij mij. Ik werk er al drie jaar naartoe.”

Woonkamer

Omdat nog onbekend is of de hockeycompetitie wordt uitgespeeld, moet Van Dam zichzelf fit houden. Materialen heeft hij thuis in ieder geval voldoende. Samen met zijn drie huisgenoten, ook hockeyers, wordt er vrijwel iedere dag gesport. “We hebben van alles. We mochten van de club allerlei materialen lenen, dus dat is wel prettig. We sporten gewoon in de woonkamer, dan schuiven we alles even aan de kant.” De woonkamer, het is toch net even anders dan het stadion van HC Rotterdam. Voorlopig verwacht Van Dam dat veld niet snel op te gaan. “Ik zie het niet snel gebeuren dat we de competitie nog af gaan maken. Heel jammer, want we waren nog in een felle strijd verwikkeld om de eerste vier plaatsen.”

Salaris
Geen competitie betekent voor de meeste clubs ook weinig inkomsten. Toch betaalt zijn club Van Dam voorlopig nog voor honderd procent uit. “Voor zover ik weet is dat bij de club nog niet aan de orde. Volgens mij is de overheid ook met iets bezig wat betreft sportclubs, dus dat wacht ik even af.” Boos als een salarisverlaging er tóch komt, is Van Dam in ieder geval niet. “Ik heb aangeboden om mee te denken met de club. Het is overmacht. Als de club een verlaging nodig acht, dan komt die er uiteindelijk toch wel.”

Van Dam en zijn ploeggenoten voelen de coronacrisis voorlopig dus nog niet in hun portemonnee. Toch gaat het er onderling in de ploeg wel eens over. Sowieso heeft de Delftenaar veel contact met zijn ploeggenoten. “Via Skype, Whatsapp en Instagram. Via Instagram dagen we elkaar soms uit met grappige challenges. Voor nu is het nog leuk, maar daar gaat na een tijdje de lol ook wel vanaf.”

Fit
Het lijkt erop dat het voorlopig de manier blijft waarop Van Dam met zijn teamgenoten communiceert. Hockeyen op een veld doet Van Dam inmiddels al weken niet meer, al zorgt hij wel dat zijn basisconditie goed blijft. “Ik train nog vijf á zes keer in de week, maar doet dat niet met volle motivatie. Het is dus meer onderhouden in plaats van geforceerd sporten. Verder houdt ik de bal wat hoog in huis, maar dat is natuurlijk niks bij hockey op een veld. Ik hoop dat dat snel weer kan, al vrees ik het ergste.”