“Quarantaine beschermt niet tegen huiselijk geweld”. Met deze quote startten het feministische platform De Bovengrondse en Vice deze maand een campagne tegen huiselijk geweld in deze coronaperiode. Volgens onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is er namelijk een aanzienlijke verhoging in het aantal gevallen van huiselijk geweld wereldwijd, die vooral in Frankrijk en Turkije merkbaar is.

“Tijdens de coronacrisis is heel het sociale leven anders”, zegt Brigitte Reijnierse (48). Brigitte is werkzaam bij de zedenrecherche in Goes en daar zien ze gek genoeg juist een lichte daling in het aantal meldingen. “Mensen gaan niet uit, ze gaan niet naar buiten, niet naar festivals, niet naar school. Mensen zijn veel minder op straat en maken minder kans om aangerand of verkracht te worden. Of ze doen straks pas aangifte, als het weer een beetje normaal is.”

De zedenrecherche Zeeland-West Brabant werkt normaal gezien met achttien mensen op kantoor, nu slechts met twee. De rest moet thuis werken. Dat is lastig en even wennen. “Als je fiets gestolen wordt, ga je naar het bureau om aangifte te doen. Als je aangifte wil doen van een zedenmisdrijf gaat dat wat anders, je gaat eerst op intake. Die intake doen we nu via Whatsapp-bellen en die gesprekken zijn veel korter. Het contact is gewoon anders” aldus Brigitte. Bij acute meldingen gaat de intake wel in persoon, uiteraard met beschermende middelen. Als slachtoffers na de intake alsnog aangifte willen doen, dan kan dat wel op het politiebureau, maar wel achter plexiglas. Verdachten verhoren, dat zit wat moeilijker. Er wordt een afweging gemaakt of het verhoor uitgesteld kan worden. Bij een onveilige situatie wordt de verdachte natuurlijk wel meteen gehoord. Brigitte: “Na de coronaperiode krijgen we een hele vrachtlading verdachten die we in één keer moeten verhoren.”

Brigitte is werkzaam als recherche-assistente, wat betekent dat ze de rechercheurs ondersteunt in hun dagelijkse werkzaamheden. Taken zijn verhoren uittypen, dossiers maken, camerabeelden analyseren, de planning maken, in beslag genomen voorwerpen analyseren. Dat kan niet allemaal thuis. “Ik mag soms nog naar kantoor. Thuis werken is wel lastig hoor. Of ik vergeet mijn koffiepauze, of ik zit een half uur in de tuin. Wat ook gebeurt is dat ik soms nog even snel inlog om even te kijken naar iets van een zaak. Dat moet je natuurlijk niet doen, anders kan je de hele dag blijven inloggen” aldus Brigitte.

Normaal gezien als iemand aangifte doet van een zedenmisdrijf komt er een zekere nazorg. Dat is nu ook lastiger. Het slachtoffer krijgt boekjes thuisgestuurd waarin het vervolg van de aangifte wordt besproken. Normaal krijgen deze meteen mee. Brigitte: “We merken wel dat er meer wordt gebeld. Hoe gaat het met mijn zaak, zit er al schot in? Als we dan uitleggen dat het lastig is in verband met de coronacrisis begrijpen mensen dat wel. Het heeft niet altijd prioriteit. Soms kunnen we niet verhoren, dan komt de zaak pas later bij OM. Zaken met bijvoorbeeld kinderen hebben wel prioriteit. Dan maken we een melding bij Veilig Thuis zodat zij het verder kunnen oppakken.’’

De zedenrecherche is op dit moment bezig is met manieren om alsnog verdachten te kunnen verhoren, eventueel achter plexiglas schermen. Voor Brigitte is dat nog een beetje ver weg, want eerst heeft ze twee weken vakantie.