Bij de persconferentie op woensdag 6 mei werd bekend gemaakt dat we weer kunnen gaan reizen met het openbaar vervoer. Hierbij is een mondkapje verplicht. Deze kun je kopen, maar je kunt het ook zelf maken.

Online is veel te vinden

Online is er veel te vinden over mondkapjes; tutorials, patronen en gebruiksaanwijzingen. Renske Hoekzema heeft op haar website Renske Creatief een hele pagina gewijd aan mondkapjes. Zij begon met het maken van mondkapjes, omdat ze binnen de risicogroep valt. Inmiddels staat haar pagina vol met video’s en er is tekst met uitleg. Ook heeft ze een webshop. “Sinds de persconferentie zijn het aantal bezoekers op de website enorm gestegen. Ik krijg tientallen bestellingen per dag binnen voor mondkapjes, naast de reguliere bestellingen.” Hoekzema krijgt bestellingen van particulieren, bus- en taxichauffeurs, verloskundigen en bedrijven. “Ik maak er nu 15 per uur. Het is echt productiewerk.”

Wat is belangrijk bij het zelf maken?

“Het belangrijkste is het materiaal waar je mee werkt. Je kunt het beste fijn geweven katoen gebruiken”, adviseert Hoekzema. “Wat ook belangrijk is, is dat je zo min mogelijk naden maakt. Deze maak je door gaatjes in het stof te prikken en daar zou het virus doorheen kunnen komen. Ook moet je ervoor zorgen dat het kapje mooi afsluit op het gezicht.”

Voor het zelf maken van een mondkapje is het handig om een naaimachine te gebruiken. “Met de hand ben je een hele tijd bezig”, zegt Hoekzema.

Ervaring met stoffen en naaien heb je niet nodig. “Ik heb van veel mensen gehoord dat ze nog nooit hebben genaaid, maar dat het ze wel gelukt is om zelf een mondkapje te maken dankzij de vele video’s op het internet.”

Zelfgemaakt is goedkoper

In de winkel kun je ook mondkapjes kopen. Deze zijn vaak van papier en moet je weggooien na gebruik. Een zelfgemaakt stoffen kapje kun je hergebruiken door het uit te koken of te wassen. “Zelf maken is ook goedkoper doordat de meeste mensen het materiaal dat je gebruikt al in huis hebben. Daardoor kan het heel laagdrempelig zijn in de prijs.”