We vieren dit jaar, in 2020, precies 75 jaar vrijheid in Nederland. Die vrijheid is echter niet vanzelfsprekend. Elke dag werken de mannen en vrouwen van de Nederlandse krijgsmacht aan vrede en veiligheid, hier en in het buitenland. Daar wordt steeds meer op bezuinigd. Binnen defensie is veel personeel is geschrapt en de overgeblevenen moeten werken met een stuk minder materialen dan voorheen. Hoe zit dat in 2020?

Door Thijn Beijer en Tijmen Schauwaert

BEZUINIGINGEN

We beginnen 29 jaar geleden: Toen de Sovjet-Unie in 1991 ophield met bestaan, verdwenen daarmee ook de spanningen die toen speelden tussen Oost- en West-Europa. Europese landen gaven vervolgens minder geld uit aan defensie. Nederland was geen uitzondering. De focus kwam meer te liggen op internationale stabiliteitsmissies in plaats van het verdedigen van het eigen grondgebied. In de afgelopen decennia werd defensie steeds meer afgeslankt. Door de financiële recessie van 2008 werd er nog extra bezuinigd op de krijgsmacht. In 2011 verdween ruim tien procent van de functies bij defensie door bezuinigingen. Ook kwam er een afname qua materieel: Nederland verkocht al haar tanks en verkocht ruim tien procent van haar F-16’s (straaljagers). In 2017 komt er aan het licht dat door de bezuinigingen veel militairen eigen kleding en materiaal inkochten bij particulieren, omdat de uitrusting die ze van defensie zelf kregen van onvoldoende kwaliteit zou zijn. Gebrekkig materieel leidde er zelfs toe dat twee Nederlandse militairen om het leven kwamen in Mali. Hierdoor stapte voormalig Minister van Defensie Hennis-Plasschaert op. In 2018 nam Nederland deel aan een NAVO-oefening in Noorwegen, maar bleek onvoldoende thermische kleding op voorraad te hebben. Daardoor moesten militairen in eerste instantie zichzelf daarvan voorzien. In het regeerakkoord van Rutte-III staat dat Nederland jaarlijks 1,5 miljard extra investeert in defensie. Daarnaast trekt de regering in de rijksbegroting van 2020 51 miljoen extra uit voor de krijgsmacht.

Infographic defensie

In onderstaande video vertelt Jef Stassen, bestuurder van Vakbond Burger- en Militair- Defensiepersoneel, over de bezuinigingen binnen defensie en het wegwerken daarvan.

Interview: Bram Franken

Bram Franken (25) heeft de bezuinigingen binnen defensie gemerkt tijdens zijn opleiding tot commando. Zo was er een schaarste in munitie waardoor oefeningen meestal niet door konden gaan. Ook de hoeveelheid aan uniformen hield niet over.

Vijf jaar geleden rondde Franken zijn VWO af, en kwam daarna al snel binnen bij defensie. “Ik wist destijds nog niet precies wat ik wilde doen, ik wist alleen dat ik veel uitdaging zocht,” vertelt Franken. “Ik solliciteerde bij het Korps Commandotroepen, zomaar vanuit de burgermaatschappij, en slaagde vervolgens voor de fysieke en mentale tests. Mijn tijd op de opleiding begon zoals ik me het had voorgesteld, als een jongensdroom. Ik maakte ontzettend goede vrienden en ik sportte veel. Dat beviel me goed.” Dat gevoel sloeg na een tijdje om. Franken: “Het werd te realistisch voor mij. We stortten onszelf op allerlei zogenaamde gevechtssituaties en waren continu bezig met het uitvoeren van orders. Ik merkte toen dat ik veel meer een denker dan een doener ben.” Ook de hiërarchie binnen defensie beviel Franken niet. “Sommige mensen vinden het fijn om een rang boven of onder iemand te staan, ik niet.”

Munitie en uniformen
Franken: “Toen ik in opleiding was, zat defensie in een tijd van grote schaarste in munitie. Omdat ik ook werd opgeleid tot gevechtsschutter kon ik vaak niet eens oefenen. Wanneer de munitie eindelijk werd bevoorraad, kregen de troepen uit hogere rangen daar voorrang mee: een typisch voorbeeld van de hiërarchie.”
Qua uniformen merkte Franken dat het ook niet helemaal op orde was. “Aan het begin van je opleiding krijg je één basisuitrusting. Die haal je op in een grote hal van het KPU, waar je met een winkelwagentje en een paklijst doorheen loopt. Na die eenmalige uitrusting krijg je geen nieuwe meer. Dat is onhandig, want je uitrusting heeft erg veel te lijden. Na een tijd door het zand rollen – je kent de clichés – is je kleding slordig en kapot.” Binnen defensie, waar discipline hoog in het vaandel staat, is een slordig uniform geen optie. Franken: “Daar kan je echt op worden afgerekend. Eigenlijk word je dus indirect verplicht om zelf nieuwe uniformen te kopen. Dat kan dan bij particuliere winkels, soms zelfs tweedehands.”

Organisatie kan anders
Franken: “Als defensie haar uitgaven anders zou organiseren, blijft er misschien meer geld over voor het hoognodige. Het opleiden van één burger tot volwaardig commando kost waarschijnlijk een paar ton, maar van die burgers in opleiding valt meestal een erg groot deel af. Het is zonde dat daar dan zoveel tijd en geld in zit.” Kan zo’n hoog uitvalpercentage voorkomen worden? Franken denkt van wel. “Defensie werkt hard aan het geven van meer voorlichtingen, dat lijkt me een goed idee.” Tot slot benoemt Franken de mogelijkheid van een deeltijdfunctie. “Mijn vrienden en ik lachten nog wel eens om de mensen met een deeltijdfunctie. Die mensen zaten in het Korps Nationale Reserve en hadden daarnaast een andere baan. Achteraf gezien is dat misschien toch best een goed idee,” zegt Franken. “Ik merkte namelijk dat onze voltijd vaak werd opgevuld met onzinnige klusjes, gewoon om ons bezig te houden. Waarom zou je ons laten sleutelen aan materieel dat al helemaal in orde is? Dat is onzin.”

Scheef
Franken zegt dat hij er goed aan heeft gedaan om met de opleiding te stoppen. “Het was een grote cultuurshock, om zo opeens dat wereldje in te stappen na mijn middelbare schooltijd. Ik was jong. Misschien te jong. Maar het lijkt me in ieder geval zeker dat er een aantal zaken binnen defensie erg scheef worden geregeld,” aldus Franken.

Einde interview. Productie loopt door onder afbeelding.

Pixabay.

NAVO-normering
Toen in 2014 IS opkwam in Irak en Syrië, en toen Rusland de Krim in beslag nam, kwam er een mentaliteitsverandering omdat de internationale situatie instabieler werd. In datzelfde jaar werd in Wales de afspraak gemaakt dat alle NAVO-lidstaten twee procent van hun BNP aan defensie uit zouden geven. President Obama zei dat de Verenigde Staten gebonden blijven aan de NAVO, maar dat de Europese landen meer moeten investeren in hun gezamenlijke veiligheid. President Trump heeft zelfs meerdere malen gedreigd de stekker uit de NAVO te trekken omdat de meeste landen te weinig uitgeven aan defensie. Hoewel het kabinet jaarlijks 1,5 miljard extra uittrekt voor defensie, is dat niet voldoende om in 2024 te voldoen aan de 2%-norm van de NAVO. Er is geschat dat er jaarlijks zes tot acht miljard extra moet worden geïnvesteerd in defensie om tegen die tijd te voldoen aan de afgesproken norm.

[Extra informatie: De NAVO (Noord Atlantische Verdrags Organisatie) werd in 1949 opgericht door de Verenigde Staten en een aantal West-Europese landen, waaronder Nederland, om de vrede in Europa te garanderen. Daarnaast was deze organisatie opgericht om West-Europa te beschermen tegen de eventuele dreiging van de Sovjet-Unie. Artikel 5 van de NAVO stelt dat als een NAVO-lid door een vreemde mogendheid wordt aangevallen, alle NAVO-lidstaten dat als een aanval op eigen grondgebied moeten zien. Dit artikel is één keer in werking getreden, na de terroristische aanslagen op de Twin Towers op 11 september 2001. Tegenwoordig houdt de NAVO zich bezig met het bestrijden van internationaal terrorisme en het bewaren van de vrede en stabiliteit in Europa. Omdat de Verenigde Staten het overgrote aandeel betaalt van de NAVO, is er afgesproken dat alle landen er na moeten streven om 2% van hun BNP aan defensie uit te geven.]

NATOSTATS (1)

Missies

Ondanks de bezuinigingen van de afgelopen jaren neemt Nederland nog wel deel aan missies in het buitenland. In bijvoorbeeld Litouwen, Afghanistan en Somalië: in NAVO-verband. Over het algemeen zijn de missies waar Nederland deel van uitmaakt stabiliserende- en veiligheidsmissies.

Afghanistan
In Afghanistan neemt Nederland deel aan een NAVO-missie om te zorgen voor stabiliteit in bepaalde Afghaanse regio’s. Nederland helpt met het trainen van de politie en het leger zodat die straks zelfstandig voor veiligheid kunnen zorgen. De Nederlandse bijdrage loopt tot 2021.

Irak
Nederland doet mee aan de internationale coalitie om IS te bestrijden in Irak. Sinds de terroristische aanslagen in Parijs in 2015 levert Nederland F-16’s om doelwitten van IS te bombarderen.

Litouwen
Sinds 2016 zijn er in Litouwen 260 Nederlandse militairen die deelnemen aan een veiligheidsoefening van de NAVO. Litouwen voelt zich bedreigd door Rusland sinds ze in 2014 de Krim annexeerde. Deze oefening worden ook wel geruststellende maatregelen genoemd, zodat de Oost-Europese landen beter bereid zijn op een eventuele inval van Russische troepen.

Mali
Nederland deed tot 2019 mee aan een VN-missie in Mali. In 2014 stuurde Nederland 450 militairen naar het land omdat er een vanwege de opkomst van een terroristische organisatie. Tot 2017 leverde Nederland zelfs vier Apache gevechtshelikopters. Nederland heeft inmiddels haar taken in Mali overgedragen aan Duitsland.

Straat van Hormuz
In de Straat van Hormuz zorgen tweehonderd militairen op de Zr.Ms. De Ruyter voor een veilige route voor schepen tussen Perzische Golf en de Indische Oceaan. Nederland levert een schip in internationaal verband na spanningen met Iran.

Somalië
Nederland neemt deel aan een anti-piraterijcoalitie in de Golf van Aden. Nadat piraten de Somalische kust onveilig maakten is er in NAVO-verband een coalitie gevormd om particuliere schepen te beveiligen tegen deze dreiging.

Wereldmap

CORONAVIRUS

Tot slot wordt dit jaar gekenmerkt door het wereldwijde coronavirus. Defensie staat, net als veel andere bedrijven en instellingen, voor een lastig vraagstuk: Hoe kan er op een veilige manier worden doorgewerkt? Walter Pullens, werkzaam op de helpdesk Vervoer Gevaarlijke Stoffen, kan gelukkig thuis doorwerken. “Je mist het contact met collega’s, maar het is dus gewoon mogelijk om vanuit huis ook veel werk te verzetten,” aldus Pullens. In onderstaande audio deelt hij zijn ervaringen.