Op de eerste rustdag heeft geen een renner positief getest op het coronavirus. Met de grote groep supporters in de bergen mag dit een klein wonder genoemd worden, vindt Epidemioloog Bart Kiemeney. “In de bergen is de grootste kans om besmet te raken.”

De etappe van zondag ging over de Col de Peyresourde. Een uitzinnige menigte fans stond de renners van dichtbij toe te schreeuwen, niet allemaal met mondkapje en zeker geen anderhalve meter afstand, blijkt uit televisiebeelden. Een optelsom volgens Kiemeney. “In de bergen rijden de renners relatief rustig, dit maakt het gemakkelijker voor iemand uit het publiek om mee te rennen. Heeft deze persoon corona, geen mondkapje op en schreeuwt hij, dan heb je een grote kans dat een renner besmet raakt.” Hij voegt daarentegen een kanttekening toe. “De buitenlucht en de korte tijd dat een renner langskomt zorgt juist voor minder kans op een besmetting.”

Kienemey ziet het als taak van de organisatie van de Tour de France dat hier beter over nagedacht moet worden. “Onder deze omstandigheden had de Tour in zijn huidige vorm helemaal geen doorgang mogen vinden. Een berg afsluiten is moeilijk, daarom had de tour moeten kijken naar een andere route, waar dit soort maatregelen wel mogelijk zijn.”

Vandaag gaat de Tour verder met alle renners, maar zonder de positief geteste Tourbaas Christian Preudhomme. Hij is (abandon).