Vanochtend heeft het Europees hof van justitie uitgebracht dat het vandaag niet meer toegestaan is voor internetproviders om een service voor te trekken of uit te sluiten. Dit naar aanleiding van een voorval bij het Hongaarse telecombedrijf Telenor.

15 september 2020

Het stond al in de Europese wet, maar is nu expliciet benadrukt: als je één service, bijvoorbeeld Spotify of Netflix, voortrekt boven andere services, dan ga je tegen de wet van zogeheten ‘netneutraliteit’ in. Dit houdt vooral in dat de gebruiker zelf bepaalt hoe hij of zij het internet gebruikt, de provider mag daarbij geen sturing geven.

In de kern betekent het dus dat de provider niet mag zeggen dat alle data die je voor bijvoorbeeld Netflix gebruikt, niet afgaat van je databundel. Dit is ongeveer wat er voorviel in Hongarije: ook wanneer de databundel op was kon je een bepaalde service nog gewoon blijven gebruiken, terwijl de rest werd vertraagd of zelfs geblokkeerd. Dit is verboden, want daarmee wordt je keuzevrijheid ingeperkt. Bovendien neemt de provider op die manier een rol in in het bepalen welk bedrijf groot wordt of groot blijft en welke niet. Dit geeft kleinere bedrijven minder kans om succesvol te worden.

Jasmijn Dielesen is perswoordvoerder bij het AMC, een bedrijf dat toezicht houdt op onder andere de telecomsector. Dielesen: ‘’of de uitspraak van grote betekenis is op de Nederlandse praktijk kunnen we nog moeilijk zeggen, daarvoor is het eigenlijk nog te vroeg.  We houden het nauwlettend in de gaten.’’