Morgen is het de internationale dag voor het behoud van de ozonlaag. In 1987 is door 26 landen besloten dat er jaarlijks moment moest komen om aandacht te geven aan de beschermende laag om onze aarde. Voor meteorologen en andere weerkundigen het moment om de balans op te maken; hoe gaat het met de ozonlaag?

In de jaren 80 begonnen er steeds meer zorgen te ontstaan over het welzijn van de ozonlaag. Bepaalde producten zoals haarlak, koelkasten en airco’s bleken erg schadelijk te zijn en er werd getracht een groot bewustzijn te creëren bij iedereen, om zo duidelijk te maken dat we op de verkeerde voet bezig waren. Inmiddels zijn we zo’n 35/40 jaar verder en lijken de getroffen maatregelen zijn vruchten af te werpen.

Progressie

Michiel van Weele is onderzoeker bij het KNMI. ‘’Sinds 2000 gaat het echt beter, het ziet er nu vrij goed uit. In de jaren 80 is men binnen de scheikunde erg veel op zoek geweest naar stabiele stoffen, stoffen die niet veranderen en blijven overleven, die stoffen verlaten alleen nooit het milieu. Denk aan industriële producten uit die tijd. Inmiddels zijn producten van dat soort materiaal verboden en werkt de ozonlaag aan zijn herstel. Hetzelfde zal het nooit meer zijn, maar halverwege de 21e eeuw moet dat herstel een heel eind zijn.’’

Waakzaamheid

Op de internationale dag voor het behoud van de ozonlaag publiceert het WMO (Wereld Meteorologische Organisatie) altijd een persbericht, met daarin de belangrijkste ontwikkelingen en de speerpunten. Ondanks het feit dat het sinds 2000 beter gaat met de ozonlaag, is het volgens Van Weele zeker geen tijd voor verslapping. ‘’Waakzaamheid is echt het allerbelangrijkste,  Hier is vroeger veel aandacht voor geweest. We zijn nu 40 jaar verder, het risico bestaat dat kennis verloren gaat. Kennis mag niet wegebben, er worden weer nieuwe stoffen gemaakt, nieuwe verbindingen, er moet weer meer besef gaan ontstaan.’’

Mocht dit niet gebeuren, dan bestaat er volgens Van Weele de kans dat deze hele cyclus zich opnieuw kan herhalen.