Tien sporten waar jij hoogstwaarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord. Voetbal, tennis en dansen, dat kennen we allemaal, maar roller derby, cyclobal en goalball; ken jij ze? Er zijn olympische en paralympische sporten waar we niet vaak van horen, terwijl dat eigenlijk heel jammer is. Dus hierbij: Tien sporten die jij nog niet kent en hierna ook niet meer vergeet.

Roller derby

Roller derby is een sport op rolschaatsen, waarbij je veel met de tegenstander in contact komt. Het spel wordt gespeeld op een vlakke ondergrond in de vorm van een ovaal. De sport wordt gespeeld door twee teams, waarbij het de bedoeling is dat een speler de tegenstander inhaalt. Hierbij is hinderen toegestaan. Het klinkt als een leuk potje rolschaatsen, maar dat is het zeker niet. Beuken, sandwichen en duwen is toegestaan.

Modderworstelen

Modderworstelen, dat begrip ken je vast wel, maar dat het echt een sport is? Modderworstelen is zowel een kracht- als een vechtsport. Een wedstrijd bestaat uit drie perioden van twee minuten per periode. Tussen de periodes is er dertig seconden rust. De tijden verschillen per gewichtsklasse en leeftijd. Je kan winnen door de meeste punten te scoren. Punten krijg je door bepaalde grepen en acties. In Nederland en België worden er regelmatig toernooien georganiseerd.

Onderwaterhockey

De sport is in 1956 ontstaan in Groot-Brittannië. Duikers zochten een manier om ook in de winter aan hun conditie te werken. Zo kwamen ze in het zwembad terecht en bedachten zij het, nu bekende, onderwaterhockey. Het spel wordt gespeeld met twee teams, van zes personen. De wedstrijd duurt een half uur, verdeeld in twee periodes met een rust van drie minuten. 

Rutger Visser, voorzitter duik- en onderwaterhockeyteam: ‘’Het is een behoorlijk intensieve sport, want je moet voortdurend naar de bodem van het zwembad kunnen duiken.’’ Het spel werkt verder hetzelfde als hockey; je scoort met de puck in het goal van de tegenstander. 

‘’Veel mensen krijgen steeds meer interesse in de sport, omdat er heel veel uitdaging in te vinden is’’, aldus Visser. Het spel draait natuurlijk om een lange adem, maar ook om snelheid en techniek. Er zijn vier scheidsrechters aanwezig; drie in het water en de hoofdscheidsrechter aan de kan. De uitrusting van een speler bestaat uit een stick, een bitje, vinnen, een masker, een handschoen en gebitsbescherming.

Cyclobal

De benodigdheden van cyclobal zijn een speciale fiets en een bal. Koen, van de vereniging cyclobal Genk 68’: ‘’Fietsen worden vanuit de vereniging ter beschikking gesteld, om zo ook de kosten van de sport niet te laten oplopen. Verder heb je jouw eigen sportkleding nodig, zoals bij bijna iedere andere sport.’’

De ploeg bestaat meestal uit twee personen en wordt vaak gespeeld als zaalsport. Handen en voeten worden niet gebruikt. Verder mag er gespeeld worden met het voor- en achterwiel en de overige delen van het lichaam. Tijdens schoten mogen de voeten niet de grond raken, gebeurt dit toch, dan wordt het schot of de goal afgekeurd.

Mogul

Nu gaan we lekker de kou in! Mogul wordt beoefend door een  mogulskiër. Het gaat hier om het zo recht mogelijk skieen over ‘hobbels’. Het is een solotocht naar beneden, maar wie het snelste is, is nog niet gelijk de winnaar van de wedstrijd. Tijd telt voor maar twintig procent mee in de eindbeoordeling. Er zit namelijk ook een juryonderdeel in deze sport. Bij zestig procent van de score wordt je beoordeelt op turns (trucjes). De overige twintig procent gaat over de sprongen die worden gemaakt.

Ultimate frisbee

Ultimate frisbee wordt gespeeld door twee teams, van zeven spelers. Het speelveld lijkt op rugby. Er is een eindlijn waar de frisbee overheen moet om punten te scoren. Er wordt gescoord door de frisbee te vangen achter de eindlijn. Met de frisbee in de hand mag er niet gelopen worden en daarnaast mag je de frisbee maar tien seconden vasthouden. Een wedstrijd duurt gemiddeld anderhalf uur. Het eindigt wanneer een team 17 punten heeft behaald of hoger, want er moet een verschil zijn van twee punten met de tegenstander. 

Horseball

Behendigheid en lenigheid, dat heb je zeker nodig voor deze sport. Horseball is een teamsport en is gemixt in paardensport en balsport. De teams zijn gemengd, maar het trekt vooral jongens aan. Er zijn weer twee teams en er wordt vier tegen vier gespeeld. Het spel duurt twee keer tien minuten en elk team mag twee keer een time-out inlassen van dertig seconden per helft.

Wanneer er drie keer overgegooid is, tussen verschillende spelers, mag er gescoord worden. Je kunt scoren door de bal in de goal (de hoepel) van het andere team te gooien. De bal mag ook maar tien seconden in handen zijn en moet in bewegende houding opgeraapt worden van de grond. Stilstaand de bal oprapen is niet goedgekeurd.

Paalwerpen

Voor dit spel moet je veel kracht in je armen hebben. Je hoort het namelijk al: paalwerpen. Het doel van dit Schotse spel is letterlijk het werpen van een paal. En we hebben het niet zomaar over een paal, maar over een paal van 79 kilogram! Om te winnen moet je als laatste overblijven; elke ronde valt er iemand af. De sport wordt vooral beoefend door mannen in Schotland, maar het wordt onder de vrouwen ook steeds populairder. En natuurlijk niet te vergeten: de traditionele ‘sportkleding’.

Bossaball

Kun jij nu niet kiezen tussen voetbal, volleybal en turnen? Dan moet je Bossaball gaan spelen! Een mix van deze drie sporten op een opblaasbaar speelveld met trampolines. Deze sport is ontstaan op de zonnige stranden van Rio de janeiro. Het opzetten van het speelveld duurt 45 minuten en is zowel buiten als binnen te spelen. Daarnaast wordt Bossaball niet alleen als sport gezien, maar ook muziek staat hier centraal. Bij een potje Bossaball hoort de Zuid-Amerikaanse muziek, wat zorgt voor gezelligheid op en naast het veld. Zo is Bossaball ook afgeleid van de Braziliaanse muziekstroming Bossanova. 

De spelregels: Er zijn twee teams, die afhankelijk van het niveau, bestaan uit vier of vijf spelers. Door de mix van sporten zijn er voetbal- en volleybaltechnieken te gebruiken in het spel. Voor de voetbaltechnieken krijg je meer punten. Er mag vijf keer overgespeeld worden; met de handen mag de bal één keer geraakt worden en met je voeten telt twee keer raken als een pass. 

Goalball

In 1946 werd de sport bedacht in Oostenrijk ter ondersteuning van herstel van blinde veteranen. Dit is bedacht als een sport voor mensen met een visuele beperking. Joris van Impelen, projectleider gehandicaptensport, meldt: ‘’Het is niet alleen een sport voor mensen met een beperking. Iedereen heeft gelijke kansen, omdat het spel wordt gespeeld met een afgeplakte skibril.’’

Sinds 1980 is Goalball een sport op de Paralympische spelen. Een wedstrijd duurt 24 minuten, verdeeld in twee helften. In het veld staan de twee teams drie tegen drie. Het spel draait verder geheel op gehoor. De bedoeling is om te scoren in het goal van de tegenstander, met de rinkelbal (een bal met een belletje). Op het gehoor afgaande moet de bal uit het goal gehouden worden.