Is het nou een sport of niet? Officieel wel, maar de meeste mensen hebben daar een andere mening over. Electronic Sports -beter bekent als e-sport- heeft nog steeds geen goede reputatie. Veel mensen denken dat het geen ‘echte’ sport is. De reden daarvoor is doordat behalve klikken op de muis er eigenlijk geen fysieke beweging aan te pas komt. Dat is opvallend, want toch is het aantal e-sporters toegenomen.

Stijgende populariteit
Laten we meteen een misverstand de wereld uit helpen: een e-sporter is niet hetzelfde als een gamer. Een e-sporter verdiend zijn of haar inkomen met onlinespellen. Onder de term e-sports vallen niet alleen de sportgames, het gaat over veel meer dan alleen voetbal of ijshockey. Een schietspel, zoals Fort­nite of Overwatch, is ook een e-sport. Net als games waarin strategie en tactiek centraal staan. Sports heeft betrekking op de competities waarin op verschillende niveaus tegen elkaar wordt gespeeld. 

De populariteit van het competitief spelen van computergames is door de pandemie in Europa de afgelopen maanden flink gestegen. De verwachting is dat voor het einde van 2020 maar liefst 92 miljoen Europese kijkers naar deze vorm van entertainment bereikt worden. Games kan je namelijk niet alleen spelen, maar ook kijken hoe e-sporters wedstrijden spelen. In de deze coronatijden is dat zeker een uitkomst, want dat kan gewoon in je kamer. De grote evenementen -die stadions vol trekken-, zijn uiteraard allemaal afgelast. Daarnaast lijkt e-sports in Nederland traditionele sport te vervangen. Dat blijkt uit een onderzoek onder ruim 10.000 Europeanen in de leeftijdscategorie 18 tot 45 jaar. Het is uitgevoerd marktonderzoeksbureau Newzoo in opdracht van betalingsprovider PayPal. Uit het onderzoek blijkt ook dat e-sports populairder worden onder vrouwen. Een derde van het e-sportpubliek in Europa blijkt namelijk vrouw te zijn. 

Niet serieus genomen
“Als ik zeg dat ik e-sporter ben, doen sommige mensen er lachwekkend over”, zegt Robbin Haas (21). Hij is al jaren actief in de gamewereld. Het begon allemaal toen hij Call of Duty kreeg voor zijn verjaardag jaren geleden. “Met wat andere jongens vormde ik een team en ging op LAN’s meespelen.”  

Toen Call of Duty steeds minder populair werd, maakte Robbin kennis met Counter-Strike: Global Offensive. “In het begin was in niet normaal slecht, maar na veel spelen kwam ik ineens dicht bij de top.” Hij kreeg toen de kans om professioneel te gaan spelen, in dezelfde week van het aanbod werd zijn werkcontract niet verlengd en was de keuze makkelijk. “Dit was gewoon een teken“, grinnikt hij. Die keuze heeft dus goed uitgepakt. 

“Ik wijs mensen wel altijd op het feit dat e-sports serious business is. Anders kun je net zo goed zeggen dat darten en schaken ook geen sporten zijn. Er leeft helaas nog heel erg een stereotype over dat sporters grote gespierde mannen moeten zijn, maar dat is al lang niet meer zo.”