Er zijn de afgelopen maand al twintig levende doodskisten gebruikt. De ‘Living Cocoons’ zijn de eerste levende doodskisten gemaakt door de natuur. De kisten worden gemaakt van mycelium: het wortelnetwerk van paddenstoelen. Deze manier van begraven heeft een positief effect op de natuur.

Milieuvriendelijkheid en duurzaamheid worden steeds populairder. Bob Hendrikx, oprichter van Loop, heeft samen met een groep studenten van de TU Delft een doodskist ontwikkeld van het natuurlijke product mycelium. Deze kist is zelfs gezond voor de bodem. De schimmeldraden, waarvan de kisten zijn gemaakt, zorgen ervoor dat het lichaam snel gecomposteerd wordt en ruimen giftige stoffen uit de bodem op. Deze stoffen worden vervolgens omgezet in voedingsstoffen voor de omgeving.  De ‘Living Cocoon’ is in staat een lijk binnen twee of drie jaar volledig af te breken. Gedurende deze periode ontvangt de bodem een bom aan voedingsstoffen die gebruikt worden door planten en andere organisme. Het proces met een normale doodskist duurt veel langer. “De Living Cocoon zorgt voor verrijking van de natuur en niet vervuiling”, zegt Hendrikx.

Het maken van een Living Cocoon gaat op een heel andere manier dan het maken van een normale kist. Er wordt hooi of hennep in een mal gestopt, vervolgens wordt er een goedaardige schimmel aan toegevoegd en ook af en toe een beetje water. In een paar dagen groeit er een netwerk van schimmeldraden dat werkt als een soort natuurlijk lijm. Als de gehele mal is gevuld, wordt het proces gestopt. Binnen een week is er een volledig nieuwe kist ontstaan.

Samen met Naturalis, een onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum, wordt er nog steeds onderzoek gedaan naar de toenemende biodiversiteit door deze manier van begraven. “Onderzoek blijven doen is belangrijk, we willen in de toekomst gemeenten overtuigen om vervuilde gebieden te veranderen naar gezonde bossen, met ons eigen lichaam”, besluit Hendrikx.