De huidige mode-industrie is een van de vervuilendste industrieën ter wereld. Daarnaast zijn er maar weinig verdieners in deze industrie. “Niemand verdient echt aan de verkoop van de kleding, alleen de managers van de grote bedrijven. De mensen in de fabrieken, de transport en zelfs de winkeliers krijgen niet genoeg betaald”, aldus Roosmarie Ruigrok, duurzame mode-expert en founder van Clean & Unique. De industrie is dus niet alleen vervuilend maar heeft ook een grote sociale impact.

Sociale impact
“Tot 1960 werd kleding amper weggegooid”, vertelt Corine Janssen, Senior Adviseur Sociale Economie bij KplusV. “Sindsdien is de welvaart gegroeid en was kleding geen luxeproduct meer. De kledingproductie werd dan ook naar lagelonenlanden verplaatst, met onder andere de reden om daar werkgelegenheid te creëren.” Maar de arbeidsomstandigheden in deze fabrieken bleken enorm slecht te zijn. In veel fabrieken is het niet veilig om te werken en de lonen zijn extreem laag.

Kinderarbeid is een gevolg van deze extreem lage lonen in de fabrieken vertelt Ruigrok. “Ik sprak ooit een vrouw in Bangladesh die werkte in een kledingfabriek. Zij verdiende 68 euro per maand maar had 200 euro nodig om haar gezin te onderhouden. In zo’n situatie besluit je om de kinderen niet naar school te sturen maar dat zij ook moeten werken,” aldus Ruigrok. Om ervoor te zorgen dat de kinderarbeid niet op deze manier in stand gehouden wordt is een leefbaar loon dus belangrijk. Om dit leefbare loon te kunnen betalen wordt het wel weer duurder om in de derdewereldlanden te produceren waardoor bedrijven beter dichterbij kunnen produceren. Wat er ook voor zorgt dat de transportroute korter wordt wat weer een positieve invloed heeft op het minderen van de vervuiling.

 Vervuiling
Het transport van kleding die in derdewereldlanden, zoals Bangladesh, wordt geproduceerd en daarna per boot of vliegtuig naar Nederland komt. Dit komt doordat de uitstoot van deze twee transportmiddelen erg schadelijk is voor het milieu. “Het zou dan ook veel beter zijn om dichterbij huis te produceren”, vertelt Ruigrok.

Niet alleen het transport van de kleding is erg vervuilend. In de mode-industrie wordt veel gewerkt met nylon en polyester, twee stoffen die moeilijk te recyclen zijn. Daarnaast is er een grote overproductie van kleding omdat het op die manier goedkoper is. Ruigrok: “Door deze overproductie wordt de consument getriggerd om kleding te blijven kopen want er blijven maar nieuwe dingen komen. Omdat er dus slechte materialen worden gebruikt kan je de kleding die weg wordt gegooid niet circulair inzetten.”

“Alleen al in Nederland is er per jaar een textielafvalberg van maar liefst 300 miljoen kilo”, vertelt Janssen. Maar een derde van al dit textiel wordt gerecycled. Janssen: “Van 1/3 wordt ongeveer de helft naar tweedehands winkels en het buitenland gebracht, de andere helft wordt gerycled voor bijvoorbeeld poetsdoeken en gaat naar de auto-industrie en van 1% wordt nieuw textiel gemaakt. De rest wordt verbrand.” Janssen zegt dat we niet op deze manier door kunnen gaan: “Ooit raken de grondstoffen op”.

 Het produceren van duurzame kleding
Duurzaam produceren is een groot begrip. Je kan duurzame stoffen gebruiken, alles lokaal laten maken, maar het kan ook allebei.

Bespreekbaar maar gaat niet beter
Steeds meer mensen worden zich er bewust van hoe slecht de huidige mode-industrie is op verschillende vlakken. “We kunnen er nu over praten, dat is een stapje de goede richting in”, aldus Ruigrok. Zo is ook staatssecretaris Stientje van Veldhoven openlijk vele bezig met duurzame mode. In oktober 2019 deelde ze nog haar visie over duurzame mode tijdens de Dutch Sustainable Fashionweek. “Maar het gaat nog steeds niet beter”, volgens Ruigrok. “Er wordt steeds minder fairtrade katoen gebruikt, een aantal jaar geleden werd er nog 3% fairtrade katoen gebruikt, inmiddels is dit nog maar 1%”, aldus Ruigrok. Veel merken besluiten localer te werken, ze gaan bijvoorbeeld in Portugal produceren. Ruigrok: “Dit lijkt een goede stap, maar in deze fabrieken verdienen de mensen nog steeds bizar lage lonen, met een maandsalaris van 600 euro kom je niet rond.” Het is dus nog zeker nodig om verder te verduurzamen.

Janssen denkt dat het al veel zal helpen als er een keurmerk komt voor kleding. “In dat keurmerk kan je bijvoorbeeld terugzien waar het is gemaakt, hoe de omstandigheden daar zijn en met wat voor materiaal er is gewerkt.” Een aantal grote merken, bijvoorbeeld H&M, zijn al bezig met labels waarop staat dat een product van fairtrade katoen is of 100% is gerecycled. “In werkelijkheid is er dan vaak maar 5% gerecycled”, aldus Janssen.

Vintage maakt een comeback
Tweedehands kleding wordt steeds populairder, niet alleen de fysieke winkels, maar ook online. Zo zijn er online platformen zoals United Wardrobe en Vinted, maar er komen ook steeds meer kleine bedrijfjes aan die tweedehands kleding verkopen op platformen zoals Instagram. Op deze manier krijgt kleding nog een tweede kans, maar volgens Ruigrok is dit nog niet volledig duurzaam. “Het is een tussenstapje de goede richting op, maar als je echt duurzamer bezig wilt zijn draag je de kleding die je nog in je kast hebt liggen helemaal op”, aldus Ruigrok.

Wat kan je doen?
Wat kan je dan als consument doen om te helpen met het verduurzamen van de mode-industrie? “Het meest duurzaam is de kast die je zelf al hebt”, vertelt Ruigrok. Ook Janssen vindt dat we meer moeten genieten van wat er in je eigen kast hangt. Zo heeft ze verschillende tips:

  1. “Leg je schone kleding onder op de stapel, zo ben je minder geneigd om telkens weer hetzelfde item te pakken.”
  2. “Als je een item hebt gedragen en weer terughangt in de kast, draai dan het hangertje om. Probeer dan te zorgen dat na een jaar alle hangertjes zijn omgedraaid. Zo motiveer je jezelf om items te pakken die je anders zou laten hangen.”

Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar de stofjes waarvan de kleding is gemaakt. De stof polyester is bijvoorbeeld heel moeilijk te recyclen en daardoor minder duurzaam dan fairtrade katoen. “Als de consument dit soort slechte kleding laat hangen zal de producent het uiteindelijk ook niet meer maken”, aldus Ruigrok.

Janssen: “Ik wil mensen meebrengen om te genieten van hun eigen kast, maar ik straf het niemand af om af en toe iets nieuws te kopen.”

In de kledingindustrie is dus nog veel werk aan de winkel. De arbeidsomstandigheden zijn op de meeste plekken nog altijd enorm slecht wat ook kinderarbeid tot gevolg kan hebben. Daarnaast is de industrie enorm vervuilend wat mede komt door de verre afstand die de kleding moet leggen om uiteindelijk in de Nederlandse winkels te liggen. Gelukkig wordt het probleem steeds meer bespreekbaar en ontstaan er verschillende initiatieven om de industrie duurzamer te maken; druppels op een gloeiende plaat.

Jong ondernemen
Aaliyah Saleh (13) is zo’n initiatief begonnen. Haar kledingmerk DivapowerDp is naar haar eigen zeggen ‘het eerste duurzame tienermerk ter wereld’.
Op 15 oktober was de lancering van het merk, dit vierde ze met een modeshow waar onder andere realityster Dave Roelvink op af kwam.

{"autoplay":"true","autoplay_speed":3000,"speed":300,"arrows":"true","dots":"true"}