Door Marijn Cox en Iris Boelens 

Suriname is praktisch blut, nu het de rente van 22 miljoen voor een lening niet meer kan betalen. Het leidt tot grote frustratie onder de inwoners van Suriname die al jaren te maken hebben met de financiële problemen in het land. Om de schulden af te betalen, zijn onder andere de benzineprijzen enorm gestegen. De inflatie is hoog, omdat de salarissen gelijk blijven en de verkoopprijzen stijgen. Volgens Surinamevrijwilliger Joleen Caljouw hebben veel inwoners het moeilijk. 

Secretaris en vrijwilliger Joleen Caljouw van de Surinaams-Nederlandse stichting Kansrijk Suriname is zelf opgegroeid in Suriname en komt twee keer per jaar naar het land toe. Met de stichting zorgt ze dat kinderen en volwassenen een kans op een toekomst krijgen. De nood aan hulp is groot. ‘’Schoolgaande kinderen in het binnenland gaan vaak met bootvervoer naar hun scholen. Door achterstallige betaling weigeren de boothouders om de kinderen te vervoeren, met gevolg dat deze kinderen niet naar school gaan. Ze krijgen niet eens basisonderwijs.’’

Kansrijk Suriname

De economische situatie in Suriname is al jaren slecht. ‘’Het is al langer normaal dat Surinamers twee banen nodig hebben om rond te komen, maar voor hun gevoel loont het niet”, meldt Joleen. ”Een twintigjarig meisje dat wij steunen heeft een baantje in de stad, maar een taxi naar de stad is duurder dan haar hele maandinkomen. Ze verdient 59 cent per uur. Wanneer ze van dit geld de bus heeft betaald, heeft ze maar een klein beetje over om haar zoon en haarzelf te ondersteunen. Nachtportier is een populair bijbaantje. Dan zijn er vaak vrouwen die op een bankje bij de school slapen na het werk in de middag. Er wordt dan net zo hard ingebroken, maar ze verdienen wel wat.’’

Willem Olan is de dorpsleider van het marrondorp Balingsoela, een dorp in het binnenland van Suriname. Het dorp telt twee winkels. In het dorp stijgen ook de prijzen, maar minder hard dan in de stad. ‘’ We krijgen veel hulp van stichtingen. De mensen zijn helemaal blij als ze de voedselpakketten zien.’’ Hij hoopt dat de inwoners voor de kerst nog wat ontvangen. Dat is hard nodig, de armoede is hoog in het dorp. ‘‘De toeristen blijven nu ook weg vanwege corona. Sommige mensen hebben een moestuin of ze gaan vissen vangen.’’ Voor de toekomst hoopt Olan dat de inwoners een ambacht leren, zodat ze niet afhankelijk zijn van de giften. Nu blijven de mensen bij hem aankloppen of hij niet wat heeft, maar telkens geeft hij aan niks te kunnen beloven.

                                                         Hulp is onderweg

‘’Het zal eerst zwaarder worden voordat het weer beter wordt’’, meldt de nieuwe president Santokhi, doelend op de economische situatie in het land. De Surinamers hadden hoop voor betere tijden met de opkomst van een gloednieuwe president, maar daar is nog niet veel van terechtgekomen. De nieuwe regering heeft een zware taak op zich genomen om de rommel van haar voorganger op te ruimen. De nieuwe regering heeft een failliet land geërfd van ex-president Bouterse. In een  geschreven statement meldt het ministerie van Financiën dat deze tekorten deels te wijten zijn aan het beleid van ex-president Bouterse. ’De overheidsschuld is naar een historisch niveau gestegen, en toch werd er verder geleend, zelfs toen zich ernstige macro-economische en financiële onevenwichtigheden hadden opgebouwd.’’ De Bouterse-regering heeft meer dan 150 leningen afgesloten, ongeveer goed voor een schuld van 2,5 miljard euro. De rente van 22 miljoen kan niet afbetaald worden. ‘’De inwoners begrijpen dat de prijzen wat omhoog zijn gegaan om de economie te redden”, meldt Joleen. ”Maar het alledaagse leven in Suriname is al moeilijk. De rijst is zelfs al te duur.’’

Onder de inwoners van Suriname is er veel onbegrip over de nieuwe regering. ‘’Niemand gelooft de regering meer, het is van kwaad tot erger geworden’’, vertelt de Surinaamse Jeanette verbouwereerd. Jeanette woont in Sunny Point, een arme wijk ongeveer vijftien kilometer verwijderd van Paramaribo. In de wijk is er weinig werk en veel criminaliteit. Als kind is het moeilijk een bestaan op te bouwen. Jeannette is beheerder van een bibliotheek van de stichting Kansrijk Suriname . ‘’Je merkt aan alles dat het erger wordt. Als je vroeger naar de winkel ging, kon je met de boodschappenkaart voor een week aan boodschappen kopen. Nu kan je alleen nog maar papbrood en melk kopen. In Sunny Point gaat het al helemaal slecht. De kinderen hebben het erg zwaar. Ik doe mijn best om ze te helpen, maar zelf heb ik ook niet veel. Met het weinige dat ik heb, probeer ik de kinderen eten te geven. Drie keer in de week verzorg ik een warme maaltijd, maar dat is door corona ook anders geworden. Ik kan het me niet meer permitteren.’’

                                           ‘’Ik sta vaak mijn eigen eten af’’

Asha* is maatschappelijk betrokken in Sunny Point. Ze heeft er niet veel vertrouwen in dat het snel beter wordt. ‘’Het maakt voor mij niet uit welke regering daar komt te zitten. Het lijkt alsof ze daar zitten om hun eigen zakken te vullen. De nieuwe regering moet nu een heleboel doen waar wij de dupe van worden. Ondanks dat je hard werkt, heeft het geld voor ons geen waarde. Het is belachelijk als je naar de prijzen kijkt, je kan al amper brood kopen. De kinderen kwamen bij de vorige regering naar school zonder gegeten te hebben. Van de regering kregen ze toen brood, melk en pap. Nu krijgen ze van de regering niks meer. Als ik in de rugzakken van de kinderen kijk, hebben veel kinderen geen eten bij zich. Ik sta vaak mijn eigen brood af, of ik koop stroop. Maar dat kan ik niet altijd doen.’’

* De bron wil anoniem blijven, maar haar naam is bekend bij de redactie.

Lokale markt in Suriname

Minder omzet bedrijven

Door de hoge inflatie in Suriname hebben de inwoners minder te besteden. De lonen zijn immers gelijk gebleven. Dat merken bedrijven in de dienstensector. Taxicentrale Tourtonne ziet dat minder Surinamers de taxi pakken. Ook stoppen veel taxichauffeurs: ‘’De meeste taxi’s zijn tweedehands wagens uit Japan, die beginnen na een aantal jaar mankementen te vertonen. De prijzen van het onderhoud van de auto’s zijn gestegen. Je ziet dat chauffeurs nu niet meer het geld hebben om hun auto te repareren en ander werk zoeken.’’ Ook restaurants zien hun omzet kelderen, blijkt uit een rondgang langs restaurants in de hoofdstad Paramaribo.

Het Rode Kruis Suriname meldt dat er nog niemand beroep heeft gedaan op het Rode Kruis. ‘’Er zijn altijd Surinamers die hulp behoevend zijn’’, meldt de communicatiemedewerker.De projecten waar het Rode Kruis in Nederland bij zijn betrokken voor Suriname zijn zeer kleinschalig. Zo werd er een actie gestart door het Logistics Community Brabant om ongebruikte Nederlandse medicijnen naar Suriname te sturen. Het land kampt al lang met schaarste aan medicijnen. ‘’Het Rode Kruis in Midden West Brabant heeft hier maar een zeer kleine rol in gespeeld in het voortraject’’, meldt de Nederlandse persvoorlichter. ‘’Dat betekende dat wij enkel betrokken zijn geweest bij het vervoer van medicatie in Nederland voor een korte periode. Wij zijn momenteel niet betrokken, ook niet bij het versturen van medicatie naar Suriname.’’ Het Surinaamse Rode Kruis benoemt wel dat er veel mensen in en buiten Suriname betrokken zijn bij acties voor de financieel getroffen mensen: ‘’Het klopt ook dat er veel moeilijkheden zijn in deze tijd, vandaar dat er zoveel particuliere acties in Nederland zijn voor onze inwoners. Als wij de melding krijgen dat iemand echt hulp nodig heeft, dan komen we natuurlijk in actie.’’

Will van Rhee (70) is al sinds 1997 besmet met het surinamevirus. Hij is voorzitter van de stichting Vrienden van Suriname.  De stichting vervoert per vrachtcontainer hulpmiddelen aan de allerarmsten van Suriname. Volgens Will is de nood van het volk hoog.

’’De president waarschuwt dat het nog enkele maanden kan duren voordat de economische situatie iets zal verbeteren. Maar die tijd hebben de Surinamers niet. Joleen Caljouw houdt haar hart vast:  ‘’De mensen hebben gewoon te weinig te eten.’’

Info:

De Decembermoorden:

Op 8 december 1982 werden zestien tegenstanders van het militaire regime van Bouterse gemarteld en vermoord. In 2019 werd Bouterse veroordeeld tot twintig jaar cel,maar hij gaat in beroep. Het proces is nog steeds in volle gang.