Zondag 6 december was het de dag van Bart van Nunen en Frank Futselaar. Samen doken zij in het Spaanse Valencia onder de olympische limiet van 2 uur, 11 minuten en 30 seconden. Beiden gingen onderuit in de marathon, maar met twee keer een persoonlijk record van drie minuten overtreffen ze alle verwachtingen: ‘We zijn nog nooit zo kapot gegaan’.

Frank Futselaar (29) liep pas zijn derde marathon ooit, maar kwam dankzij een eindsprint net binnen de limiet binnen: “Ik kon niet meer helder nadenken. In de laatste vijftig meter zag ik de seconden wegtikken. Achtentwintig.. negentwintig.. Ik probeerde mijn borst over de finish te drukken, maar ik viel. Mijn coördinatie was helemaal weg.” Bart van Nunen (25) kwam een minuut eerder al binnen en schreeuwde Frank in de laatste meters toe: “Ik kon zien dat hij het gehaald had, maar hij geloofde het zelf nog niet.”

Bron: Dan Vernon

Niet de makkelijkste

Voor beide atleten was het niet de makkelijkste marathon, zoals er volgens van Nunen geen één is: “Ik deed eerder een limietpoging, maar stapte toen uit. Ik heb gewerkt aan het mentale aspect en dat hielp mij deze marathon door.” Door een harde val kwam de atleet uit Utrecht alleen te lopen: “En toch heb ik me geen moment zorgen gemaakt. Ik bleef er rustig bij en kon geleidelijk mijn tempo weer oppakken.”

Futselaar kijkt terug op een wedstrijd waarin hij heeft laten zien het niveau van de Olympische Spelen te hebben: “Ondanks dat we niet meededen om de eerste plekken kan het er op de Spelen heel anders uitzien. Dan wordt er gestreden om een titel, niet om een tijd. Dan hebben we aan een tijd als deze genoeg.” Beiden hopen ze hoge ogen te kunnen gooien op de Spelen in Tokyo, “maar het hoofddoel ligt op Parijs 2024”, aldus Futselaar.

Futselaar: “Ik probeerde mijn borst over de finish te drukken, maar ik viel”

Luxe door coronamaatregelen

Ondanks de coronamaatregelen, meerdere testen in de dagen voorafgaand aan de race en een mondkapjesplicht, ervaren de atleten het niet als vervelend. Futselaar: “In het hotel kregen we eten op de kamer omdat we niet in de zalen mochten. Uiteindelijk heb ik er niks van op, want het was zo goed niet.” Wel miste hij het publiek, maar door de rust kon hij zijn vader – die last-minute ingevlogen was – wel overal goed herkennen. Van Nunen ervaarde de stilte die er was op het parcours niet als jammer, zijn focus lag op de wedstrijd: “Als er wel publiek had gestaan had ik het misschien niet eens gehoord of gezien.”