Zorgen voor een gelijker speelveld in de autosport. Dat is waar de ‘W-series’ voor moet zorgen. Vrouwelijke coureurs kunnen zo makkelijker doorstromen naar de Formule 1. Nu Zandvoort als nieuw circuit is toegevoegd, laat het zien ambitie te hebben door te groeien.

En met die ambitie is niets mis, maar twijfels over de competitie blijven. Ronald van Dam, commentator en analist bij Ziggosport, weet niet goed wat hij van de competitie moet vinden. “Het is lastig, omdat het voor mij positieve en negatieve punten bevat.” Hij vindt het bijvoorbeeld uitstekend dat er maar met één type auto wordt gereden. “Zo wordt er alleen gekeken naar de kwaliteiten van de coureurs, aan de auto kan het niet liggen.”

Kijkt hij naar het doel van de competitie, dan weet hij het niet zo goed. “Het is belangrijk dat iedereen zijn talent kan laten zien. Man en vrouw. In een competitie waarin alleen vrouwen rijden onder elkaar, is het lastig te zeggen of dat voor meer gelijkheid zorgt. Dat gebeurt pas als man en vrouw écht tegen elkaar rijden”, concludeert Van Dam.

Karten

In de kartcompetitie zien ze minimaal verschil in het aantal vrouwelijk coureurs wat is toegenomen, sinds de W-series er is. “Het is uiteindelijk toch wel een mannensport”, aldus Gaby van de Burgt, directeur van Chrono Karting. “Binnen het karten is er verder geen sprake van ongelijkheid. Zowel jongens als meiden krijgen hier een kans om te racen, ze racen tenslotte tegen elkaar.”

Kritiek vrouwelijke coureurs

Toen het idee van de W-series het leven in werd geroepen, waren het veelal negatieve reacties die gedeeld werden. Zo was Sophia Flörsch, Formule 3 coureur, niet te spreken over het idee: “Ik wil geen marketingnummer zijn.”