Het aantal anorexiapatiënten is flink gestegen sinds het begin van corona. Het Amsterdam UMC behandelde vorig jaar in deze periode één anorexiapatiënt, dat is dit jaar opgelopen naar vijftien. Lynn en Jet – beiden gediagnostiseerd met anorexia – vertellen wat corona met hen doet.

Anorexia – ook wel anorexia nervosa genoemd – is een mentale stoornis. Dit onderdrukt de eetlust. Het zorgt dat je gefocust bent op mager zijn, hierdoor ga je steeds minder eten en drinken. De meest voorkomende oorzaak is een laag zelfbeeld. Eindstand: het draait niet om het eten, het gaat om de mentale controle.

Twee anorexiapatiënten vertellen over hun ervaring en het gevoel dat zij hebben tijdens COVID-19.

Lynn (17), Anorexia nervosa

“Er is voor mij veel veranderd. Je kan nu vrij weinig doen en dan ga je je vervelen. Ik merk dat ik daardoor meer last krijg van mijn negatieve gedachtes. Eerst kon ik met vrienden wat gaan doen om mezelf af te leiden, maar dat wordt nu moeilijk. Hiervoor was ik nog niet tegen m’n eetstoornis in aan het gaan, dus waren de gedachtes niet heel erg. De eetstoornis die moeilijk gaat doen en zegt dat ik veel moet sporten, minder moet eten en zeuren dat mijn benen te dik zijn. Nu zijn ze vrij sterk.

Momenteel volg ik een 5-daagse behandeling. Dit houdt in dat ik vijf dagen lang van 9:00 tot 15:30 in behandeling ben. Je leert daar weer goed eten, en ook onveilige dingen leren eten. Nu ben ik verkouden en ben ik zelfs na een negatieve coronatest weggestuurd. Ja, daar was ik wel boos om. We moeten nu ook constant mondkapjes dragen en je mag maar met vier personen rondom de tafel zitten. Voor corona deden we ook activiteiten met fysiek contact, zoals muziek maken. Nu mag dat ook niet meer. We mogen alleen luisteren.

Door mijn eetstoornis ben ik snel afgeleid en heb ik vrij weinig concentratie, dus ik vind het wel jammer dat de therapie is aangepast. De dagen duren nu best lang voor mij en het is vermoeiend om mezelf altijd te dwingen om op te letten.”

Jet (22), Anorexia nervosa

“Ik ben onderhand al vijf jaar in therapie en steeds bij verschillende instellingen, maar ik heb al ongeveer tien jaar anorexia. Ik baalde enorm toen de coronacrisis begon. In eerste instantie stopte mijn behandeling voor een aantal weken, daarna werd het veel minder én online. Online werkt voor mij niet, want het support is minder. De behandeling was mijn houvast en ik merk dat ik niet vooruit ben gegaan sinds maart, maar juist vastloop. Nu moet ik daar weg, omdat het me niet helpt.

Het vervelendste en moeilijkste is toch wel het niet meer kunnen afspreken met vriendinnen. Zij waren een groot deel van mijn steun en support, nu kan dat niet meer. Gelukkig kan ik als afleiding nog wel paardrijden, dat helpt mij enorm. Ik hoop dat we snel weer in het echt kunnen afspreken. Dat vind ik veel fijner.”

De hulp van Stichting Kiem 

Stichting Kiem in Utrecht helpt en begeleidt patiënten en naasten met de omgang van de eetstoornis. Hun doel is om het proces van herstel te versnellen, dit door onder andere begrip te tonen en de juiste begeleiding aan te bieden. Ze zijn geen behandelaren, maar bieden een helpende hand voor patiënten en naasten.

“We zien zeker veranderingen sinds het begin van corona. Een deel van de mensen ervaren door corona dat er minder prikkels zijn. Maar voor de meeste patiënten valt de structuur weg. Dit zorgt voor onrust en hierdoor kunnen afleidingen verminderen”, legt Patricia Bos uit, directrice van Stichting Kiem, over de impact van corona. “We hadden een cliënt die gebruikte eten als beloning tijdens haar herstel voor een dagelijkse activiteit. Nu tijdens lockdown kan ze de deur niet meer uit en vond ze dat ze het niet meer verdiende om te eten. Corona heeft voornamelijk een negatieve impact gehad”

Ook bij Stichting Kiem is de begeleiding veranderd. In plaats van dat ze een cliënt twintig uur in de week behandelen, kan het nu alleen via online videobellen. Dit zijn vier halve uren per week. “Na corona willen we samenwerken met lokale partners. Zo willen we de behandeling en begeleiding efficiënter maken voor de patiënt”, vertelt Patricia Bos.