Het structureel onderzoek naar de oorspronkelijke eigenaren van naziroofkunst moet zo spoedig mogelijk worden hervat, dat adviseerde de Raad voor Cultuur afgelopen maandag aan minister  Ingrid van Engelshoven. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de commissie die het restitutiebeleid adviseert,  laat weten positieve resultaten te verwachten. Kunstdetective Arthur Brand ziet de toekomst van de restitutie van naziroofkunst echter somber in. 

Het onderzoek  naar de rechtmatige eigenaren van naziroofkunst ligt, ondanks internationale afspraken, sinds 2007 stil. De reden daarvoor is nog onduidelijk.  “Het is toen gewoon uit handen gevallen”, legt Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Commissie evaluatie restitutiebeleid cultuurgoederen Tweede Wereldoorlog van de Raad voor Cultuur, uit. Dat onderzoek moet weer opgepakt worden want, zo vertelt Kohnstamm, de emotionele waarde van de teruggave van naziroofkunst is ‘onmiskenbaar’. “Er zijn eigenlijk maar weinig tastbare dingen die je van je ouders, grootouders of overgrootouders terug kan proberen te krijgen. Je kan kunst nog aanraken, je kan ernaar kijken en je kan het terugvragen. Bij een vermoord familielid is dit niet mogelijk en daarom heeft het een hele grote, zware emotionele lading.” 

Vertrouwen

Kohnstamm hoopt dat de overheid de aanbevelingen om het onderzoek te hervatten opvolgt. “In de Tweede Wereldoorlog zijn mensen ontmenselijkt, beroofd en voor een deel vermoord. Als je die roven ongedaan kan maken dan moet je dat niet nalaten.” Zelf heeft hij er alle vertrouwen in: “De minister maakte duidelijk dat ze zeer sympathiek tegenover ons advies over de restitutie van naziroofkunst staat, maar dat ze eerst de benodigde drie miljoen euro bij elkaar moet vinden. Ik denk dat haar dat zeker gaat lukken.” Hij verwacht dat de eerste grote stappen eind deze maand of begin 2021 gezet zullen worden. 

Gefaald 

Minder positief is kunstdetective Arthur Brand, die verschillende families bijstaat in het terugkrijgen van naziroofkunst. “De kwestie van de roofkunst is nooit een belangrijk punt geweest voor de overheid. Ook dit rapport van de Raad voor Cultuur zal over een tijd ergens in een la verdwijnen.” Aldus Brand. Hij is van mening dat de overheid al decennialang faalt als het om de restitutie van naziroofkunst gaat. “Vijftig jaar lang is het Joodse families vrijwel onmogelijk gemaakt om roofkunst terug te krijgen. Ook al konden ze bewijzen dat iets van hun was. Ze werden gewoon weggestuurd, weggelachen en beledigd.” Hij vertelt dat de overheid de afgelopen twintig jaar wel iets heeft ondernomen, maar  dat volgens hem met tegenzin deed. Dat kan niet, zo zegt Brand. “Juist als je in die eerste decennia zo veel fouten hebt gemaakt, moet je extra hard je best doen om het te proberen goed te maken.”

Kunstdetective Arthur Brand helpt families bij het terugkrijgen van naziroofkunst

Klap in het gezicht

Volgens Brand gaat het huidige restitutiebeleid in tegen de basis van de Westerse samenleving. “Iets wat gestolen is hoort gewoon teruggegeven te worden. Punt. Alleen in de communistische wereld doen ze dat niet, maar hier hoort dat wel.” De restitutie van naziroofkunst zal geen dingen uit de oorlog goedmaken, stelt Brand. Daarvoor zit de treurigheid er te diep in. “Alleen het feit dat het niet wordt teruggeven maakt de families woedend. Het is de zoveelste klap in het gezicht.” Volgens Brand hebben de families dan ook al lang geen hoop meer: “Ze vechten al jaren tegen de bierkaai.”