Zoals ieder ander jaar reikte stichting Bont voor dieren deze week de titel ‘dom bontje’ uit. Een titel die normaal gesproken gaat naar een bekende Nederlander die graag op pad gaat met een bontkraagje op de jas. Dit jaar, ging de negatieve titel naar iemand die nog nooit bont heeft gedragen: minister van Landbouw Carola Schouten, terecht?

Volgens Sandra Schoenmakers, directeur van Bont voor dieren, was deze bijzondere nominatie een uitzondering. ‘Wij staan nog altijd achter onze nominatie, deze was niet zozeer bedoeld voor minister Schouten als persoon, maar voor haar in haar rol als minister van Landbouw en daarmee degene die verantwoordelijk is voor de pelsdierhouderij in Nederland.’ Minister Schouten gaf in een kort interview met Bont voor dieren over de titel aan dat zij het accepteerde, maar niet volledig begreep. Dit vanwege een proces dat gevolgd moet worden bij het opdoeken van bedrijven met deze grootte. Buiten dat is de bontindustrie niet neergegaan zonder gevecht.

Bron: animalrights.nl

Bont voor dieren geeft aan dat elk eerder moment beter was geweest. De overgangstermijn voor het verbod was elf jaar, dit vinden zij veel te lang. Maar moet minister Schouten hier dan op aangekeken worden? Die zich enkel aan de regels hield en er toch voor heeft gezorgd dat de nertsenfokkerijen eerder zijn opgedoekt dan eigenlijk het plan was, al was dit met ‘hulp’ van het coronavirus?

Om maar een voorbeeld te geven: er zijn in de afgelopen jaren duizenden nertsen vrijgelaten door andere activisten, zonder dat zij in acht namen dat deze nertsen niet zelf kunnen overleven en dus alsnog een pijnlijke dood tegemoet werden gestuurd. Minister Schouten is dit jaar de symbolische winnaar, maar de argumenten van Bont voor dieren blijven aan de oppervlakte.