Steeds meer Nederlandse boeren zitten zonder opvolger, dat blijkt uit een rapport van het Cultureel Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gaat om meer dan de helft van de Nederlandse agrarische ondernemers. Een tekort aan jonge boeren is er niet, maar men mist een toekomstperspectief. 

Het probleem van de opvolging komt volgens Wytse Sonnema van de LTO, de ondernemersorganisatie voor tuinders en boeren, niet doordat er geen potentiële opvolgers zijn. Het is eerder een gevolg van verschillende belemmeringen die de agrarische sector kent. Sonnema is van mening dat de situatie grotendeels veroorzaakt is door een gemis aan toekomstperspectief. Zo vindt hij dat klemmende wet- en regelgeving werken in de sector steeds minder aantrekkelijk maakt. “Daarnaast is polarisatie in politiek en samenleving, zoals bijvoorbeeld door het stikstofbeleid, een van de redenen dat het imago van de boer in een slecht daglicht is komen te staan. Ook dat ontmoedigt jonge agrariërs om aan de slag te gaan in boerenbedrijven”, aldus Sonnema.

Aanstichters 

Eke Folkerts, bestuurslid bedrijfsovername bij Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), deelt de mening dat boeren tegen veel obstakels aanlopen. “De agrarische sector wordt aangewezen als aanstichter van veel problemen. Vooral onder de boeren zelf wordt dat zo ervaren. Er moet op heel veel borden tegelijk geschaakt worden en daar komen steeds complexere regels bij kijken. Als boer moet je rekening houden met voedselkwaliteit, dierenwelzijn, milieu, noem maar op. Daardoor ben je eigenlijk steeds minder met je vak bezig en juist meer met de omstandigheden.” 

Een andere oorzaak van het probleem in de opvolging ligt bij de financierbaarheid van de agrarische sector. Folkerts: “Wat we in Nederland zien is dat er best veel jongeren zijn die boer willen worden. Velen daarvan maken alleen geen kans om aan de slag te gaan omdat ze van huis uit geen boerenbedrijf kunnen overnemen. Agrarische bedrijven hebben een enorme marktwaarde en zijn dus ontzettend duur om over te kopen. Het is bijna onmogelijk om het bedrag dat je ervoor betaalt ook terug te verdienen. Zodoende verstrekken banken daarvoor dan ook eigenlijk nooit een lening.”

Halve boekhouder

Frans Kloosterman (57 jaar) is een van de boeren die nog zonder plaatsvervanger voor zijn agrarische bedrijf zit. “Als ik geen opvolger vind, dan houdt het gewoon op. Daar maak ik me soms wel druk om”, aldus Kloosterman. “Het is erg lastig, maar er zijn op dit moment weinig andere mogelijkheden.” Hij houdt van zijn werk en vindt het beroep prachtig, maar als boer heeft hij ook direct te maken met alle obstakels die bij het boer-zijn komen kijken. “Soms denk ik dat het beter is om geen opvolger te hebben. De regels waar ik als boer aan moet voldoen worden er alsmaar meer en steeds gekker. Het plezier van het ‘gewone boeren’ wordt je wel ontnomen op die manier. Ik ben er ondertussen een halve boekhouder door geworden.” 

In gesprek

De NAJK gaat nog in gesprek met minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Folkerts: “We hopen een plan op te stellen waarmee we in ieder geval de grote diversiteit aan bedrijven kunnen behouden. Daarnaast willen we een systeem ontwikkelen waarmee de huidige eigenaren van agrarische bedrijven hun onderneming op een eenvoudigere manier kunnen doorgeven.”

Klik hier om per provincie te zien hoeveel procent van de Nederlandse akkerbouwbedrijven een opvolger heeft, en hier om te zien hoe dat zit bij de melkveebedrijven.