Ook dit jaar blijven de eindexamens op middelbare scholen een lastig dossier voor het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). Na de regelingen van vorig jaar, waarbij op basis van eerder gemaakte schoolexamens werd bepaald of leerlingen zakten of slaagden, is er volgens LAKS-voorzitter Nienke Luijckx (19) nu de tijd om te kijken naar alternatieven.

Door Marvin van den Berg en Kay van Geijn

De kern van de zorgen van de scholierenorganisatie ligt bij de anderhalvemetermaatregel die sinds januari dit jaar ook geldt voor het voortgezet onderwijs. Van de leerlingen die nog op locatie les krijgen, vormen de eindexamenkandidaten de grootste groep. Volgens Nienke is daar het einde van goed, fysiek onderwijs: “Als daar vanuit gezondheidsoverwegingen voor gekozen moet worden, dan moeten we het accepteren en gaan nadenken hoe dit op te lossen.”

Er zijn een hoop interessante constateringen rondom de examenklassen van vorig jaar te ontdekken, hieronder zijn er drie uitgewerkt.

Suggesties

“Maar ook wij hebben dé oplossing nog niet gevonden”, gaat Nienke verder. “We hebben al wel een aantal suggesties gedaan, bijvoorbeeld om wat te wijzigen in de omvang van de examens. Dus zodat er niet in elk vak een centraal examen afgenomen hoeft te worden, maar om ook de schoolexamens er nauw bij te betrekken. Sterker nog, ik denk dat dat in deze tijd onvermijdelijk is.

De kwaliteit van de online scholing is niet goed genoeg om de eindexamens in hun huidige vorm af te nemen, dat heeft de minister (Arie Slob, red.) ook toegegeven”, haalt ze aan. “Hij zei dat de examenkandidaten fysiek naar school mochten blijven gaan, omdat ze fysiek onderwijs moéten krijgen. Daarmee geeft hij ook aan dat hij niet zeker is of het digitale onderwijs wel zo goed voorbereid is.”

Het LAKS denkt graag mee in oplossing en stelde eerder voor om dit schooljaar enkel de drie kernvakken – Nederlands, Engels en wiskunde – landelijk te toetsen. “Dat lijkt ons een hele eerlijke suggestie”, oppert Nienke. “Iedereen heeft die kernvakken en ze staan aan de basis van de vervolgopleidingen. De pakket- en keuzevakken zouden in dat geval voldoen met de schoolexamens, verspreid over het schooljaar.”

Examenkandidaten doen hun verhaal over de kwaliteit van het onderwijs in coronatijd in aanloop naar de examens

Ongelijke vakken

Biologiedocent John Eekelen kan zich nog niet helemaal vinden in deze suggestie van Nienke en het LAKS: “Het schoolexamen moet hét moment zijn waarop een leerling al zijn of haar kennis bundelt over het vak. Zo zijn de examens ontworpen. Ik begrijp dat Engels, Nederlands en wiskunde in elk pakket terugkomen, maar je kunt die drie vakken niet heilig verklaren en de rest uitsmeren over het schooljaar. Het examenjaar bouwt juist op naar die examens.”

John gaat verder: “Als een leerling arts wilt worden en heel zijn of haar pakket daarop inricht, dan zou er voor die leerling veel meer druk staan op de drie of vier schoolexamens van biologie dan op een centraal examen wiskunde of Engels. Het is een rare tijd, die vraagt voor een unieke oplossing, maar ik ben van mening dat je, buiten Nederlands om, het ene vak niet belangrijker kan maken dan het andere vak.”

Vernieuwen na fouten

De LAKS-voorzitter weet wel dat deze zelfde kwestie vorig schooljaar niet goed is opgepakt. “Achteraf hebben we toen te vroeg besloten”, geeft ze toe. “We hadden beter moeten kijken hoe we de ongelijkheid tussen leerlingen konden dekken. Dat is iets waar we van moeten leren en dat nemen we mee naar dit jaar. We moeten natuurlijk nog maar zien hoe de vorige examenlichting het doet op het vervolgonderwijs.”

Het slagingspercentage van leerlingen lag afgelopen jaar beduidend hoger dan in voorgaande jaren. In onderstaande tool zijn de verschillen uitgedrukt.

Nienke brengt onder de aandacht dat deze aparte eindexamens ook de start kunnen worden van het vernieuwen van het systeem: “Wij zijn van mening dat we dat eindexamen niet meer zo heilig moeten verklaren. Er wordt net gedaan alsof je pas na het behalen van je diploma klaar bent voor het vervolg. Schriftelijk gezien is dat ook zo, maar leerlingen zijn al vier tot zes jaar bezig met die stof en om die kennis op te bouwen.”