Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werden in Frankrijk ongeveer 650.000 kunstwerken gestolen door Nazi-Duitsland. Deze massaroof betreft kunst zoals schilderijen, mozaïek, meubels en muziekinstrumenten. Door de recente opkomst van online databases kan het makkelijker worden voor erfgenamen om kunst terug te halen dat van hen is. Mede door die ontwikkeling lijkt er steeds meer verloren kunst boven water te komen. Wat kunnen nabestaanden en erfgenamen doen om gestolen kunst terug te halen?

Uit een artikel van het platform Claims Conference – dit bedrijf helpt Joden met onder andere het terughalen van erfstukken door middel van claims – blijkt dat voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim 650.000 kunstwerken zijn gestolen door de nazi’s. Uit een grove schatting blijkt dat tussen de 100.000 en 200.000 schilderijen en andere kunstwerken nog worden vermist tot op de dag van vandaag. Van de kunst die wél werd teruggevonden kon ongeveer de helft worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

Actualiteit

De emotionele waarde achter een schilderij is groter dan het belang om er groot geld aan te verdienen. Dit is precies wat er bij de Franse Léone-Noëlle Meyer aan de hand is. Madame Meyer is in Februari 2021 in een juridische strijd beland omdat zij een schilderij terug wil halen dat door de Nazi’s is gestolen. Het schilderij – La Bergère Rentrant des Moutons door Camille Pissarro in 1886 – was volgens Meyer van haar vader. Voor alsnog valt het schilderij onder het bezit van de rechter in Oklahoma in afwachting van het vonnis. “Dit soort zaken zijn lastig want er zijn altijd juridische problemen. De tegenpartij – in dit geval het museum – komt altijd met ingewikkelde puntjes als verjaring, het aanleveren van bewijs wat laat zien dat het om gedwongen verkoop gaat en nog talloze andere aspecten”, vertelt Ron Soffer – de Franse advocaat van Meyer.

Tegenwerkende musea

Tegenwoordig blijft echter veel van de door de nazi’s geplunderde kunst in musea. Volgens kunstdetective Arthur Brand ligt een deel van het probleem bij de musea. “Ik heb directeuren meegemaakt die met het schaamrood op de kaken niet meer weten wat ze zeggen moeten. Ze werken hard om het stuk terug te krijgen bij de eigenaren. En je maakt musea mee die er alles aan doen om het niet terug te geven”, zo vertelt Brand.
Een ander voorbeeld is kunst van George Grosz. Drie schilderijen van de Duitse kunstenaar hangen in het MoMA (Het Museum of Modern Art in Manhattan). Vrijwel onmiddellijk spanden de erfgenamen van Grosz een rechtszaak aan, maar verloren de juridische strijd vanwege de verjaringstermijn die hun claim ongeldig maakte. Dit blijkt uit onderzoek van Artdex. Dit is een community waar kunstenaars, kunsthandelaren en -verzamelaars samen komen om online collecties te beheren.

(https://www.artdex.com/blog/art-world/restitution-nazi-looted-art-artifacts/)

Kunst verspreidde zich door heel Europa

Ondanks dat vele kunstwerken zijn teruggegeven aan de eigenlijke bezitter, zijn er alsnog meer dan honderdduizend nooit meer boven water gekomen. Dit concludeert het platform Azyzam dat gespecialiseerd is in (roof)kunst. Vele van de oorspronkelijke eigenaren waren immers afgevoerd naar concentratie of werkkampen waar ze nooit van thuiskwamen. Dit betekent dat de Nazi’s vrij spel hadden om de huizen leeg te plunderen.
Kunst die met name in Frankrijk werd gestolen betreft voor de helft van alle aangiftes schilderijen van grote namen zoals Rembrandt van Rijn, Gossaert, Donatello, Pisano, Renoir, Monet en Picasso. Een ruime duizend aangiftes gaan over tekeningen. Daarnaast betreft een vrij grote hoeveelheid keramiek, mozaïek en meubels en dan zijn er ook nog relatief kleinere aantallen die betrekking hebben op zilver of muziekinstrumenten (NOS).

De werken waren onderdeel van ruim 200 Joodse privécollecties, die voornamelijk in Frankrijk werden gestolen. Na de oorlog werd veel van de geroofde kunst teruggevonden in mijnen in het zuiden van Duitsland, waar de nazi’s het verborgen hadden. Zoals je echter in bovenstaande infographic hebt kunnen zien, zijn de kunstwerken verspreid over veel landen in Europa.
Enerzijds waarom kunst door heel Europa ging, is dat de roofkunst in de decennia na de oorlog werd geveild. Kopers konden een kunstwerk dan probleemloos toe-eigenen. Anderzijds gaven geallieerden gevonden roofkunst direct terug aan het land van herkomst. Dat land zou er dan zelf voor zorgen dat het bij de juiste eigenaar terecht zou komen. Dit maakt het advocatenmedium De Kempenaer bekend.

Werkwijze van de Nazi’s

Het stelen van kunst was niet alleen bedoeld om het Derde Rijk te verrijken, maar was ook een integraal onderdeel om alle overblijfselen van de Joodse identiteit en cultuur te elimineren.
Hermann Göring, een van Hitlers hoogste officieren en oprichter van de Gestapo (Geheime Staatspolitie), zag zichzelf ook als een verfijnde kunstkenner; ondanks Hitlers richtlijn bewaarde hij veel van de mooiste geroofde kunstwerken voor zijn eigen persoonlijke collectie. Dit leidde tot een dodelijk duo kunstrovers. Hitler, Göring en zijn mannen vielen privégalerijen in Frankrijk binnen die eigendom waren van Joodse verzamelaars. Zij stalen duizenden kunstwerken van Franse Joden en beroofden uiteindelijk Frankrijk van meer dan een derde van zijn privékunst. Die gestolen kunst lijkt naarmate de decennia vorderen steeds vaker terug te komen. Volgens Brand heeft het ermee te maken dat Joden in de tientallenjaren na de oorlog geen schijn van kans hadden. “Soms kregen ze gewoon dingen te horen als ‘wees blij dat je de oorlog hebt overleefd’”, vertelt de Kunstdetective.
Kunst die gestolen is lijkt steeds vaker boven water te komen door onder andere het lanceren van een online database. Steeds meer nabestaanden en erfgenamen die hoop hebben gehouden, lijken daarvoor beloond te worden.

‘Het teruggaveproces is uiterst lastig’, in hoeverre is deze bewering juist?

De laatste jaren ontstaat er op zowel sociale media als mainstreammedia steeds meer discussie over het teruggaveproces van gestolen roofkunst door Nazi-Duitsland. Het lijkt erop dat er om de paar maanden een nieuwe onthulling wordt gedaan over de terugkeer van kunstwerken die de nazi’s in de weg stonden tijdens de Holocaust. Met andere woorden: steeds vaker blijkt dat musea in het bezit zijn van roofkunst die getraceerd werd door de database of experts die zich er op proactieve wijze voor inzetten. Wie een roofkunstwerk terug wil krijgen, heeft hier – ondanks de internationale regels (bijvoorbeeld hard bewijs mag niet ontbreken) – een hele kluif aan. In Frankrijk kan een claim worden ingediend bij een nationale Restitutiecommissie, maar dit is geen garantie voor teruggave.

Soms wordt het werk te belangrijk geacht voor de museumcollecties in het musée D’Orsay in Parijs. Een voorbeeld van zo’n werk is een schilderij van Camille Pisarro. De NOS maakt echter bekend dat de belangen van musea niet mogen worden meegewogen, dit blijkt uit een kritisch rapport van de evaluatiecommissie onder leiding van Jacob Kohnstamm. De hoofdgedachte moet namelijk zijn dat alle kunst terug moet naar de rechtmatige eigenaar.
Wie op zoek is naar roofkunst moest tot december 2016 door alle aangiftes bladeren. Deze aangiftes zijn gedaan door Joodse nabestaanden die zich volledig inzetten om erfgoed terug te krijgen. “Tijdrovend, inefficiënt en niet voor iedereen weggelegd”, dit vertelt roofkunstexpert Rudi Ekkart tegen de NOS. Vanaf januari 2017 zijn alle aangiftes dus in de online datebase te vinden.
De reden waarom er steeds meer zaken zijn, is dat we nu meer dan ooit toegang hebben tot informatie over onteigend eigendom. Luister hierbeneden naar een fragment met roofkunstdetective Arthur Brand waarin hij zijn visie nader toelicht.

Teruggaveproces in kwestie

De kwestie van restitutie kent veel grijze gebieden. Om te bepalen hoe een kunstwerk het beste kan worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren, moet er veel gebeuren, van (voor)onderzoek tot restitutie. Er zijn morele componenten die botsen met commerciële componenten.
Het is echter absoluut noodzakelijk dat onderzoekers, families, organisaties, landen en iedereen daartussenin alles doen wat nodig is, als we dat doen weten waar we beginnen met het herstellen van de aangerichte schade. Dit blijkt uit een artikel van het Franstalige medium Art Critique.

(https://www.art-critique.com/2020/01/une-lecon-sur-la-restitution-lart-exproprie-la-seconde-guerre-mondiale-et-au-dela/)

Voorwaarden voor restitutie

Voornamelijk in Frankrijk blijkt dat – ook al worden de Fransen steeds makkelijker als het gaat om het restitueren van roofkunst – het erg lastig is om roofkunst terug te krijgen zonder hard bewijs. Het inruilen van het ‘aannemelijk maken’ voor hard bewijs maakt claimanten vrijwel kansloos, blijkt uit een artikel van de Volkskrant.
Nu je weet dat je hard bewijs moet hebben om aan te tonen dat het roofkunstwerk daadwerkelijk jou toebehoort, blijft het ingewikkeld aangezien er diversie criteria zijn waar je aan moet voldoen. Voordat iemand een claim in wil dienen, zijn er verschillende criteria waaraan voldaan moet worden.
Er moet worden aangetoond dat het kunstobject is verkregen in strijd met de wettige normen van dat ¬moment. Daarnaast moet de kunst verworven zijn in omstandigheden van dwang. Bovendien moet er worden aangetoond dat de eisers onvrijwillig van het culturele object zijn gescheiden.

Als laatste moet het kunstobject verkregen zijn door een bezitter die handelde in strijd met de regels van destijds en die geen wettelijk recht had op het ¬eigendom. Zo moet worden aangetoond of er onvrijwillig afstand is gedaan van het object. Dat moet aannemelijk worden gemaakt op basis van feiten. Daarna beslist de rechter over eventuele teruggave.

Prijkend aan museummuren

In plaats van dat kunststukken bij de rechtmatige eigenaar aan de muur hangen, komt het nog regelmatig voor dat deze werken prijken aan museummuren. Hoe kan dit? Het antwoord lijkt te schuilen in de nonchalance van de musea. “Als een museum een werk aankoopt, dan moeten ze eigenlijk onderzoeken wat ermee is gebeurd in de periode 1933-1945. Vaak doen ze dit niet, zeker niet in het verleden. Tot een paar jaar geleden was dit soort onderzoek zelfs een ondergeschoven kindje”, legt de Arthur Brand uit.
En zelfs als de eigenaar of erfgenaam wordt gevonden, blijkt het ondanks het feit dat de rechtmatige eigenaar is gevonden uiterst lastig om aan te tonen dat het kunstwerk toentertijd verplicht is verkocht of onrechtmatig afhandig is gemaakt. Want zonder hard bewijs kan je claimen wat je wil, maar dan kom je geen stap verder. Zie de infographic hieronder voor een ingekaderd, gedetailleerd overzicht.