Sportdag studenten goed startpunt voor betere gezondheid

Deze woensdag organiseerden studenten van Fontys Hogeschool Journalistiek een sportdag door en voor hunzelf. De coronacrisis woedt nog steeds, maar het fysieke en mentale welzijn van studenten is ook prangend. Een sportdag lijkt daarvoor een goede tijdelijke heelmeester te zijn.  

Het groene gras van het Tilburgse hockeyveld op HC Tilburg steekt fel af tegen een zomerse blauwe lucht. Her en der zijn kreten te horen van enthousiaste studenten die meedoen aan een spelronde. Gelach voert hier de overtoom. Als er naar berichtgeving in de media van de afgelopen weken wordt gekeken, valt er daarentegen niet veel te lachen. Studenten zouden het mentaal steeds zwaarder hebben, maar ook fysiek is de situatie niet ideaal. Het vele thuiszitten eist zijn tol. Genoeg redenen voor studenten en docenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek om een heuse sportdag te organiseren. En als we naar experts luisteren, is dat geen verkeerd idee. Hoewel het een pleister op een open wond is, is het wel een begin van het nieuwe normaal.

Piekjaren

Met name tijdens de periode dat we thuis zitten, is het belangrijk je lichaam wat extra beweging te geven. Zo stelt personal trainer Rens van Putten van Re-act. Een sportdag is dus zeker niet misplaatst, vertelt Van Putten. Het eet- slaappatroon wordt positief beïnvloed, en ook stresslevels worden gereduceerd. Het is daarentegen pas een begin volgens de trainer.   Al deze factoren, in samenwerking met bijvoorbeeld conditie, werken namelijk samen. Op jonge leeftijd wordt de fundering voor een gezonde levensloop gelegd. Een jaar stilzitten gaat dus zeker wel zijn sporen achterlaten volgens de personal trainer. ‘’Je lichaam is fysiek het sterkste op je vierentwintigste levensjaar. Hoe hoger de lat tegen die tijd is gelegd, hoe beter de positie is waarop je de jaren erna terug gaat vallen.’’ Te laat is het dus nog niet voor veel studenten. Tips voor eventuele spierpijn na een flinke sportdag? Daar is Van Putten duidelijk over: ‘’Vaker sporten natuurlijk!’’

Maar het sporten, daar kwam student Bob in zijn opvallende blauwe polyester shirt niet voor. Volgens hem is hij hier vooral om zijn vrienden en studiegenoten weer eens in het echt te zien. Bob: ‘’Het allerleukste vond ik denk ik de rustpauzes tussendoor.’’ Hoewel de sportdag door deelnemers als hectisch wordt omschreven, is hij toch blij dat hij is gegaan. De eerstejaars journalistiek student, verder gekleed in een skinny jeans en gympen, vertelt dat het bijna weer als vanouds voelt. Hiermee stemmen drie sportiever geklede meisjes enthousiast mee in. Hoewel ze allemaal in Tilburg wonen, is er volgens hen geen gelegenheid waar je met een grote groep op legale wijze samen kunt komen. Maar uitgebreid bijkletsen zit er ook hier niet in. De volgende ronde wordt ten slotte al omgeroepen. Tijd voor een potje trefbal links achterin het veld.

Hormonen

Ook op mentaal vlak is er veel te winnen op een sportveld. Het belang van sporten wordt nog eens benadrukt door Don Postel, onderzoeker bij fysiotherapiekenniscentrum Corpus Mentis. Volgens hem heeft het te maken met de hormonen serotonine, endorfine en dopamine. Deze drie bepalen grotendeels de stemming waarin je verkeert, en hoe de staat van je cognitie is. Postel: ‘’Zo’n sportdag kan een enorme bijdrage leveren aan een geluksgevoel. Dit kan hormonaal bepaald worden.’’ Daarnaast heeft een sportdag volgens hem nog de kwaliteit dat dit met zijn allen gebeurd. Postel: ‘’Dat noemen we omgevingsverrijking. De omgeving heeft hierbij invloed op hoe jij je voelt.’’ Wanneer er gesport wordt en het een mooie dag is waar plezier gemaakt wordt, heeft dat een positieve impact op de gemoedstoestand.

Dat positieve gevoel, dat ervaart student Bob na een flink potje trefbal ook wel. Hij vertelt met hijgende adem dat hij zeker met het historisch hoge vijfentwintig graden graag buiten wil zijn. Bob: ‘’Ik merkte dat de donkere dagen en het veel binnen zitten best wat met me deden.’’ Toch zou hij zijn gemoedstoestand niet als puur geluk beschrijven. Het is slechts een eenmalige impuls aan zijn huidige situatie. Zo zegt hij dat hij wil dat de hogescholen weer open mogen. Het zou volgens hem raar zijn dat mbo’s wel open mogen, maar het hogere beroepsonderwijs niet. Wanneer de sportdag tot zijn einde komt, ontwikkelt er toch nog een druppel zweet op het voorhoofd van de blauw geklede student. Er is daarentegen volgens hem geen nood aan de man. Bob: ‘’Ik ga straks nog gewoon in het spoorpark zitten hoor.’’