Het aantal daklozen met een niet-Westerse achtergrond is sinds 2009 verdriedubbeld in Nederland, volgens het CBS. En dat terwijl er sprake is van een minder harde stijging van het algemene aantal daklozen. Wat is de reden van deze toename en wat voor rol speelt Nederland in deze kwestie?

Van de ruim 36 duizend daklozen in Nederland is 50 procent van niet-Westerse afkomst, stelt het Centraal Bureau voor de statistiek.

Rina Beers werkt voor vereniging Valente en specialiseert zich in het thema dakloosheid. Zij legt uit waarom een groot deel van de daklozen in Nederland van niet-Westerse afkomst is en wat de verbanden tussen deze redenen zijn. “De grootste aanleiding voor dakloosheid is langdurige armoede. Als je naar de laatste armoedecijfers kijkt, zie je dat er procentueel gezien meer mensen met een niet-Westerse achtergrond zijn die een laag inkomen hebben, dan mensen met een Nederlandse of Westerse afkomst.”

De meest recente cijfers laten zien dat 19,9 procent van de niet-Westerse burgers voor tenminste een jaar een laag inkomen heeft. Bij mensen met een Nederlandse afkomst is dit 3,7 procent en van de mensen met een Westerse afkomst heeft 7,3 procent hiermee te maken. Doordat een groter deel van de niet-Westerse mensen een laag inkomen heeft, is er meer kans op dakloosheid binnen deze groep.

Ongelijke start

De lage inkomens zijn volgens Beers het gevolg van een ongelijke start van deze burgers. Ze merkt dat de niet-Westerse mensen, die de laatste jaren naar Nederland zijn gekomen als arbeidsmigrant of vluchteling, vaker laaggeschoold zijn en grotendeels de taal niet spreken. Dit resulteert in het hebben van een achterstand, waardoor een kans op een baan met een hoog inkomen kleiner is.

Beers vermoedt dat de laaggeschooldheid en daarmee verbonden banen met een lager inkomen ervoor zorgen dat deze mensen afhankelijk zijn van een flexibele maatschappij. “Ze hebben geregeld geen vaste contracten en wonen in een huurpand. Zij zijn hierdoor sneller de dupe van een verandering, zoals een crisis die ontslag met zich meebrengt. Dit zorgt ervoor dat ze continu in onzekerheid leven.” Uit een adviesrapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving blijkt dat bestaansonzekerheid het risico op dakloosheid vergroot.

Faciliteiten

Eenmaal binnen een daklozenorganisatie schijnt een taalbarrière een van de kleinere zorgen te zijn. Met name de Poolse cliënten zouden de taal gebrekkig beheersen. Zo vertelt Raoul Fredion, maatschappelijk medewerker bij Sociaal Maatschappelijk Onderdak (SMO) Helmond. Hij, samen met zijn collega’s, faciliteert onderdak voor onder andere niet-Westerse daklozen. Zij begeleiden de cliënten ook bij het re-integratieproces dat plaatsvindt. Wat zij samen met andere organisaties verder doen voor niet-Westerse daklozen, is te zien in de onderstaande video.

Niet alleen vaste plekken worden gebruikt voor het opvangen van dak- en thuislozen. De Nico Adriaanse stichting in Rotterdam bood het afgelopen halfjaar onderdak voor dak- en thuislozen in de Maassilo. De nachtopvang kan elke avond 150 mensen een dak boven het hoofd bieden met voedsel en sanitaire voorzieningen. Een medewerker van de opvang vertelt dat iedereen welkom is en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen mensen van andere etniciteiten.

Deze fotoreportage laat zien hoe het normaal gesproken stampvolle evenementencentrum is omgetoverd tot een grootschalige opvang voor dak- en thuislozen.

  • De huidige nachtopvang genaamd 'Maassilo' is een mega-evenementencentrum waar normaal gesproken gefeest wordt tot in de late uren.

Niet de afkomst

Rina Beers geeft wel aan dat zij twintig jaar geleden, toen het aantal niet-Westerse daklozen nog niet zo groot was, in opvangcentra ook al zag dat laaggeschooldheid een grote invloed heeft op dakloosheid. “Het is dus zeker niet zo dat de afkomst de reden is voor de dakloosheid. Het gaat puur om het opleidingsniveau. Op dit moment komt die laaggeschooldheid bij de niet-Westerse burgers alleen steeds meer naar voren, aangezien zij een groter deel van de Nederlandse maatschappij worden.”

Een nevengevolg waar veel niet-Westerse daklozen mee kampen, is gezondheid. Dit heeft met name te maken met de mentale gezondheid. De fysieke gezondheid wordt daarentegen ook aangetast als gevolg van onder andere trauma’s. Het is dus een extra grote taak om daklozen die bijvoorbeeld uit Syrië komen, mee te laten draaien in de maatschappij. Wat de aandachtspunten precies zijn, vertellen sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Wendy van het GGZ en psychiater Wendy van het Reinier van Arkel instituut in onderstaande audiofragment.

Meer mensen betekent meer kans

Dat de groep niet-Westerse daklozen een steeds groter aandeel heeft in Nederland blijkt ook uit cijfers van het CBS. Volgens het bureau is er vanaf het begin van de toename niet-Westerse daklozen in 2009 tevens een stijging te zien in het aantal immigranten dat naar Nederland is gekomen. Sinds die tijd is dit aantal namelijk uitgebreid van 146.378 duizend naar 219.250 duizend in 2020. Redenen voor deze immigratie hebben voornamelijk te maken met werk of het volgen van gezinsleden. Daarnaast zijn er vluchtelingen die naar Nederland komen. In 2020 werden er 13.673 asielverzoeken gedaan volgens VluchtelingenWerk Nederland. De meeste verzoeken kwamen van mensen met een Syrische, Algerijnse en Turkse afkomst; oftewel een niet-Westerse achtergrond. Het groeiende aantal migranten en het binnenkomen van vluchtelingen zorgt voor meer kans op dakloosheid binnen de niet-Westerse bevolkingsgroep, aangezien er simpelweg steeds meer mensen binnen deze groep bestaan. Dit verhoogt het risico.

Het aandeel niet-Westerse daklozen is in de grote vier steden van Nederland relatief groot. Echter kan niet iedereen terecht bij de standaard opvangcentra. In onderstaande infographic wordt dit verder toegelicht.

Quiz: Wat weet jij over daklozen in Nederland?