Migrantengroepen moeten meer gaan werken om de economische consequenties te compenseren. Dit stelt het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in zijn rapport. In 2050 zijn er een stuk meer 80-plussers terwijl er naar verhouding minder mensen werken. Volgens Martijn van der Linden, persvoorlichter Vluchtelingenwerk, ligt de oplossing hierin niet bij de asielzoekers maar bij de immigratie- en naturalisatiedienst.

Van der Linden herkent dat het lang duurt voordat asielzoekers scholing krijgen. “Er gaat veel tijd zitten in het leren spreken en schrijven van de taal, wat een vereiste is voor het doen van een eventuele (vervolg)opleiding. Maar het echte probleem zit hem in de lange wachttijd op een asielprocedure. De inburgering duurde voorheen enkele weken of maanden, tegenwoordig duurt het drie jaar. Met alle gevolgen voor de integratie van dien.”

“Zonde van de tijd”, vindt Van der Linden. “Asielzoekers staan juist te springen om weer aan een opleiding of baan te beginnen en hun leven opnieuw op te bouwen. Maar door de problemen bij de immigratie- en naturalisatiedienst gebeurt nu het tegenovergestelde. Het inburgeringsbeleid moet worden verbeterd, asielzoekers kunnen bijvoorbeeld in een AZC al beginnen met het leren van de taal.”

Gemeentelijk beleid

Volgens Van der Linden verschillen de mogelijkheden tot scholing per gemeente. “De meeste gemeentes willen vooral dat asielzoekers zo snel mogelijk uit de bijstand komen en gaan werken. Ze zitten er lang niet altijd op te wachten dat ze een opleiding gaan volgen. Sommigen hebben in hun eigen land al een diploma behaald, maar deze is niet altijd iets waard in Nederland. Ze moeten dan opnieuw examen doen om een oud diploma opnieuw gewaardeerd krijgen.”

Het NIDI stelt beleidskeuzes voor die deze groep zou stimuleren meer te gaan werken. Asielzoekers zouden meteen meer scholing moeten krijgen, zodat ze sneller aan de slag kunnen. Daarnaast moeten de arbeidskansen van jongeren met een migratieachtergrond worden vergroot. Naast asielzoekers, zouden ook ouderen en vrouwen langer door moeten werken om tegenwicht te bieden aan het aantal niet-werkenden.